21-02-2006 Agra (India)

Een reis door Rajasthan, het land van de Maharadja’s

010-welcome-in-rajasthan

Op 21 januari verlaten we de hoofdstad Delhi en fietsen het land van de Maharadja’s, de provincie Rajasthan, in. Deze provincie bestaat voor een groot gedeelte uit woestijn maar is desondanks erg mooi door de kleurig geklede vrouwen, mannen met tulbanden en grote snorren, vele kamelen, forten, paleizen en historische steden. Het is hier ook erg toeristisch. Een nadeel hiervan is dat veel kinderen naar de weg komen rennen en zeuren om een pen, een rupee of een snoepje. Omdat we geen tassen vol van dat spul bij ons hebben, zwaaien we alleen en fietsen gewoon door. Wanneer we over minder toeristische binnenwegen fietsen, komen de kinderen ook naar de weg rennen maar nu om ons te bekijken en te begroeten. We zien lachende gezichtjes met grote bruine ogen, zwaaiende handjes en ze roepen: “dada….dada”. Dat is altijd weer ontroerend.

010-haveli-met-plakaat010-haveliVia kleine weggetjes fietsen we door het Shekhawati gebied, waar het grootste gedeelte van het verkeer uit kamelenkarren bestaat. Doordat het gebied vroeger op de handelsroute tussen de Arabische zee en de Ganges vallei lag, woonden er vele rijke handelaren die hun huizen prachtig lieten beschilderen. Deze zogenaamde Haveli’s zijn enorme huizen die van onder tot boven zijn beschilderd met afbeeldingen. We fietsen door stadjes waar tientallen van deze Haveli’s staan. Het ergste is dat, op een paar gerestaureerde huizen na, de meeste in slechte staat van onderhoud verkeren en de lokale bevolking er de waarde niet van inziet. Over de prachtige schilderingen worden aanplakbiljetten geplakt, leidingen gelegd, betimmeringen aangebracht, etc. We schrikken er iedere keer weer van.  

In Bikaner vinden we een leuke accommodatie. Vroeger heeft in dit paleisje een Prime-Minister met z’n drie vrouwen en al hun kinderen gewoond. Nu is het eigendom van één van zijn achter-, achterkleinzonen, die er een hotel van heeft gemaakt. De kamers zijn zoveel mogelijk in originele staat gelaten en er is er geen één hetzelfde. Wij hebben een kamer en suite, prachtig ingericht met antiek meubilair, veel oude familiefoto’s, decoraties en muurschilderingen. Voordat er nu iemand denkt, wat kost dat niet? De prijzen in India zijn erg laag, de kamerprijs is €  9,00 per nacht. Een leuke plek dus om even een paar dagen te blijven. De volgende dag bezoeken we het Junagarh fort en wanneer we aan het eind van de middag de tuin van het hotel in komen lopen, horen we: “Hallo Gaanderen”.  Marloes en Steven zijn gearriveerd. Zij zijn 15 mei met de fiets uit Groningen vertrokken voor een reis naar Australië (www.wereldtrappers.nl). We volgen elkaar via onze websites en af en toe hebben we contact via de mail. Ze waren steeds zo’n maand achter ons maar omdat wij in India via het noorden en Delhi naar Rajasthan zijn gefietst en zij rechtstreeks vanaf de Pakistaanse grens, zag het er naar uit dat we elkaar hier ergens zouden kunnen ontmoeten. Dan is het toch wel erg toevallig dat we zonder dat we het van elkaar weten, een dag na elkaar in hetzelfde hotel terechtkomen. We gaan samen in de tuin zitten en kletsen de rest van de middag en avond over al onze belevenissen. Het is een gezellig Hollands onderonsje. Er wordt ondertussen, speciaal voor ons vieren, een puppetshow opgevoerd. De kwaliteit van het spel, en in het bijzonder van de geluiden erbij, is zo slecht dat we er erg om moeten lachen. De poppenspeler denkt dat hij geweldig is.

010-marlous-steven-en-wijDe volgende morgen regelen we een taxi en gaan 010-rattenmet z’n vieren naar de 30 kilometer verderop gelegen Karni Mata Tempel. Dit is een bijzondere Hindutempel want volgens de legende zijn bepaalde Hindu’s in de 14e eeuw gereïncarneerd in ratten. Het krioelt er van de ratten (het lijken trouwens meer groot uitgevallen muizen) die hier met honderden rondlopen. Uit alle hoeken en gaten komen ze tevoorschijn. We lopen voorzichtig door het tempelcomplex. Je moet de ratten in de gaten houden en je wilt ook de uitwerpselen ontwijken, want zoals gebruikelijk in een Hindutempel moeten de schoenen buiten blijven staan….! Na een paar gezellige dagen samen, nemen we hartelijk afscheid van Marlous en Steven en vervolgen we onze reis door Rajasthan.   

010-lucie-met-fietsWat we hier tijdens het fietsen minstens drie keer per dag meemaken is het volgende. Er rijdt ons een motor met twee of drie personen voorbij, deze stopt even verder om ons eens goed te bekijken. Even later hebben ze genoeg moed verzameld om naast ons te gaan rijden en ons aan te spreken. Deze gesprekken verlopen bijna altijd hetzelfde.
Indiër:”Hello, what’s your name?”
Rob:    “Rob”
Indiër: “What?”
Rob:    “ROB!”
Indiër: “Where from?”
Rob:    “Holland”
Indiër: “Oh, Holland, nice country”
Dan wordt er even naar achteren geknikt en gevraagd: “Your wife?”010-rob-met-fiets
Rob:    “Yes”
Indiër: “Name?”
Rob:    “Lucie”
Indiër: “Children?”
Rob:    “No”
Indiër: “Your job?”
Rob:    “I’m an accountant”
Indiër: “????? and she?”
Rob:    “She is a secretary”
Indiër: “Where go now?”
Rob:    “We go to Jodhpur”
Indiër: “First time India?”
Rob:    “Yes”
Indiër: “You like it?”
Rob:    “Yes, we like it very much”
Indiër: “Why?”
Rob:    “Because the people are so friendly”
Indiër: “Oh, thank you. Bye bye!”010-vrouwen-met-emmers

010-man-met-kameelIn twee dagen fietsen we de 256 kilometer van Bikaner door de woestijn naar Jodhpur. Wat steeds weer mooi blijft om te zien zijn de kamelen op en langs de weg. Ze zijn vaak prachtig beschilderd en hebben mooie kralenkettingen om de nek en belletjes om de poten. Ze lopen statig met hun kop hoog en strak vooruit en kijken ons met enige arrogantie na. In Jodhpur boeken we een commerciële autotoer door wat dorpjes in de omgeving, die hier “village-safari” wordt genoemd. Onze verrassing is groot als we de volgende morgen worden afgehaald door een chauffeur/gids met een Indische oldtimer, de Ambassador. We zitten royaal achter in de auto en bekijken nu eens op een heel andere manier het voorbijkomende landschap. We komen in een Bishnoi dorpje waar we in een simpel hutje thee drinken en waar Lucie de traditionele kleding van deze stam aantrekt. Leuk voor een plaatje. De Bishnoi is een arme volkstam die enorm begaan is met haar omgeving. Ze doden geen dieren, hakken geen bomen en verder mogen ze niet roken, geen alcohol drinken en geen vlees en eieren eten. Wat echter wel is toegestaan is het gebruik van opium! Verder gaan we nog naar een tempel, een herdersdorpje, een pottenbakker en een tapijtwever. Zoals gebruikelijk proberen ze ons nog wat te verkopen maar onze fietstassen zitten al vol, dus dat lukt ze niet.
                                                                                                     010-ambassador

Een dag later gaan we in Jodhpur naar het Meherangarh fort bovenop de heuvel bij de stad. We hebben tijdens onze reis al veel forten gezien maar deze is toch wel het meest indrukwekkend. Er zijn verschillende imposante toegangspoorten, prachtige paleizen en mooie tuinen en pleinen. We krijgen er een goede indruk hoe de Maharadja’s hier vroeger geleefd hebben. Ook hebben we er een mooi uitzicht op de “blauwe stad” Jodhpur. In het oude gedeelte van de stad zijn alle huizen namelijk blauw geschilderd.                

010-fort-in-jodhpur010-man-met-zwaard-jodhpurHet lijkt in India wel een sport van alle fietsers die we voorbij gaan om ons weer in te halen of ons in ieder geval bij te blijven. Wat hierbij erg vervelend is dat hun fietsen in een heel andere staat verkeren dan de onze. Wanneer die Indiërs bij ons fietsen horen we krakende kettingen, rammelende kettingkasten, tikkende trappers en schurende banden langs spatborden door de gigantische slag in hun wielen. Inmiddels hebben we een tactiek afgesproken. Wanneer we in de verte een fietser zien, kijken we elkaar aan en zeggen: ” D’r op en d’r over”. We maken vaart, halen de fietser met zo’n snelheid in dat deze alleen het nakijken heeft en het niet in zijn hoofd haalt om ook maar een poging te doen om met ons mee te fietsen. Als we even later in ons spiegeltje zien dat de afstand ver genoeg is, schakelen we weer terug naar ons normale tempo.  

Via het dorpje Pipar, waar we overnachten in een vies en simpel hotelletje, fietsen we richting Pushkar. Het is een mooie rustige weg, vriendelijke mensen, leuke dorpjes, warm weer, kortom genieten. Aan het eind van de middag komen we twee buitenlanders op de fiets tegen. Een Amerikaanse en een Canadees, ze hebben elkaar in India ontmoet, hebben beiden in Pushkar een nieuwe Indische fiets (met één versnelling) gekocht voor € 40,00 per stuk, de rugzak achterop de fiets gebonden en ze gaan nu rondtrekken. Het is inmiddels 16.30 uur, over twee uur is het donker, ze hebben geen tent, geen eten en slechts één fles water bij zich. Het volgende stadje is nog 45 kilometer over een heuvelachtige weg. Ze hebben geen haast, hij steekt nog even een hasjpijpje op en ze zien wel hoe het loopt. Zo kan het natuurlijk ook.  

010-vrouw-herdersdorp010-vrouw-in-keukenPushkar is een klein maar zeer belangrijk Hindustadje. Toen de god Bhrahma hier een lotusbloem liet vallen ontstond er het heilige meer waar de stad met zo’n 400 tempels omheen is gebouwd. Er komen hier dagelijks duizenden pelgrims om in het heilige water te baden. Wij nemen er ook een bad, maar dan in het zwembad van het hotel. Daarnaast is het ook erg toeristisch. Er zijn bijna net zoveel hotels en guesthouses dan tempels. Veel toeristen zijn van het alternatieve soort, het zijn van die figuren uit het hippietijdperk. Bijzonder is ook dat in Pushkar alle restaurants vegetarisch zijn en dat er zelfs geen eieren worden gebruikt. Natuurlijk is er ook geen alcohol verkrijgbaar. Veel tempels zorgen voor veel lawaai. De ene tempel gaat tot 3.00 uur ‘s nachts door met het slaan op trommels en het luiden van bellen. Een andere tempel begint ‘s morgens om 6.00 uur al weer met het draaien van een oud cassettebandje met krakende Hindimuziek, waarbij de volumeknop flink hoog staat. Van rustig slapen komt hier dan ook niet veel.  

Via Kishangarh fietsen we een stuk over de grote vierbaansweg naar Jaipur. Niet zo fijn fietsen maar soms kan het niet anders. In Jaipur bezoeken we (alweer) enkele paleizen en we gaan naar de bioscoop om een echte Hindifilm uit Bollywood te bekijken. De Ray Mandir Cinema is al een attractie op zich. De enorme foyer ziet er prachtig uit en de mooie zaal biedt plaats aan 1.000 toeschouwers. De meeste plaatsen zijn op deze maandagavond bezet. Ondanks dat we van de taal geen woord begrijpen, kunnen we het verhaal in grote lijnen wel volgen. Het publiek leeft erg mee, soms brullen ze van het lachen, even later wordt er hard gejoeld en regelmatig klinkt er een oorverdovend applaus.

In Dausa zijn we al vroeg in de middag in het Midway Hotel. Het lijkt een aardig complex maar eenmaal binnen blijkt dat ze maar één kamer hebben, die gelukkig nog vrij is. In de grote tuin staan veel stoelen en er is een groot doek gespannen om enige schaduw te creëren. De hoteleigenaar vertelt ons dat er om 14.00 uur bruiloftsgasten komen lunchen. Wij zoeken een rustig plekje op de veranda en zijn benieuwd wat er komen gaat. Om 16.30 uur(!) arriveert 010-bruiloft-dausa-1010-bruiloft-dausa-2een bus waar veel meer mensen uitstappen dan er zitplaatsen in de bus zijn. Even later komt er een tweede bus aanrijden en er lopen al snel honderden mensen in de tuin. Wij kunnen nog geen bruidspaar ontdekken. De meeste gasten willen ons ook even goedendag zeggen en we krijgen lekkere groentehapjes en thee (iets anders wordt er ook niet geschonken). We vragen aan iemand waar het bruidspaar is maar krijgen daar niet echt een antwoord op. Na zo’n twee uur begint de moslimceremonie. Wij worden ook uitgenodigd om te kijken. Er zit een man op de grond en daar staan alle gasten omheen. Wanneer we vragen waar de bruid is wordt ons verteld dat zij thuis zit te wachten op haar aanstaande man. De bruidegom krijgt cadeaus, geldslingers en een bloemensluier omgehangen en na een half uur is de ceremonie afgelopen. De bruidegom vertrekt om 19.00 uur met de naaste familie naar het huis van zijn bruid voor het diner en het eerste intieme samenzijn. Zou zij dan vragen: “En schat, hoe was je trouwdag, was het gezellig, waren er veel mensen?” Wij vinden deze gang van zaken toch wel erg vreemd!     

In Bharatpur gaan we naar het Keoladeo National Park. Door het vele water in dit grote park komen er veel trekvogels op af en is het een waar vogelparadijs. Het is in de 18e eeuw aangelegd door Maharadja Suraj Mal, destijds als jachtgebied. Zoals we in de brochure kunnen lezen was 12 november 1938 een zwarte dag voor de eenden, er werden die dag 4.273 eenden neergeschoten. Sinds 1965 is de jacht verboden en komen er steeds meer bijzondere vogels overwinteren. Het park is mooi aangelegd met paden waar je heerlijk rustig kunt fietsen. We genieten van de vele vogels die we zien maar we genieten nog meer van de rust die hier heerst. In India is het namelijk nooit stil. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en zelfs ‘s nachts hoor je altijd lawaai. Mensen die praten, schreeuwen, rochelen en spugen, hondengeblaf, het vele verkeer met onafgebroken claxongeluiden, tempels met gebeden en muziek etc.  

Via Fatehpur Sikri fietsen we naar Agra. In deze stad staat India’s meest beroemde gebouw, de Taj Mahal. Ieder jaar wordt deze plek door miljoenen toeristen bezocht, zowel uit India als uit de rest van de wereld. Met dat verschil dat een Indiër voor de entree € 0,40 betaalt en een buitenlandse toerist € 15,00. In 1631 is de tweede vrouw van Shah Jahan bij de geboorte van hun veertiende kind overleden. Shah Jahan wilde uit liefde voor zijn overleden vrouw een mausoleum bouwen. De bouw van de Taj Mahal heeft 22 jaar geduurd en het hele gebouw bestaat uit wit marmer en is ingelegd met vele kleuren halfedelstenen. Na ruim 350 jaar is het nog steeds onvoorstelbaar mooi. Schitterend!

                                           010-taj-mahal