16-12-2005 Lahore (Pakistan)

Door verlaten grensgebieden naar levendig Pakistan 

008-pas-op-kamelenNa elf dagen niet gefietst te hebben door onze bezoeken aan Shiraz, Persepolis en Esfahan, zijn we blij dat we weer op onze fietsen kunnen stappen. De temperaturen zijn sinds kort aardig gedaald, ‘s nachts rond het vriespunt en overdag zo’n 15 graden. ‘s Morgens hebben we voor het eerst de jassen en de handschoenen weer aan, de muts op en Lucie trekt de hoofddoek wat strakker om haar hoofd. Wel is het steeds onbewolkt en zonnig zodat we na een paar uurtjes het spul weer in de tassen kunnen stoppen. We fietsen in twee dagen langs kale bergketens tot een hoogte van 2.490 mtr. naar Na’in en daarna in twee dagen door saaie woestijnlandschappen met oneindig lange rechte wegen naar Yazd. Zoals ons in heel Iran gebeurt worden we ook hier weer regelmatig door de politie aangehouden. Meestal vragen ze vriendelijk “What is your name?” en “Where are you coming from?” en dan kunnen we weer verder fietsen. Af en toe vragen ze ook naar onze paspoorten. Nu hebben we in Nederland zelf al enkele “neppertjes” gemaakt van onze paspoorten. Dat zijn kleurenkopieën die we hebben geplastificeerd en het lijken net echte identiteitsbewijzen. De Iranese politie, of de nep-politie die hier ook rond blijkt te struinen, trapt er altijd in en neemt genoegen met deze “neppertjes”. Ook negen van de tien hoteleigenaren kunnen we ermee om de tuin leiden. Soms vragen ze” New model?” en dan zeggen we “Yes, Holland new model” en dan is het goed. Wij vinden het in ieder geval prettig dat we niet steeds onze echte paspoorten moeten afgeven, die dan in een of andere rommelige bureaulade worden bewaard.

In het noorden van Iran hebben we in kleine stadjes nog wel eens geregeld in vieze vervallen hotelletjes geslapen. Na Teheran is ons dit verder reuze meegevallen. Zelfs in de kleinere steden vinden we redelijke onderkomens. Meestal gebruiken we dan nog wel onze eigen lakenzak en slaapzak maar het is er in ieder geval weer aardig schoon. Sommige hotels hebben zelfs een keuken waar we gebruik van kunnen maken. Dat is wel prettig want het menu in de restaurants is bijna overal hetzelfde en bestaat uit: kebab, kebab of anders kebab altijd geserveerd met een bord droge rijst. Na al die weken Iran komen al die kebabs ons onze neus uit. Dus Lucie kookt in die hotels af en toe zelf, alhoewel daar ook niet veel afwisseling in zit. Het is spaghetti, spaghetti en ook wel eens spaghetti.    

008-lucie-aan-de-waterpijpDe oude stad Yazd ligt aan de rand van de Dasht-e-Kavir woestijn en heeft een prachtig historisch centrum met huizen van steen en leem. We dwalen door de nauwe straatjes en bezoeken nog weer eens een paar mooie moskeeën. Bijzonder zijn hier de vele “badgirs” op de huizen. Dit zijn eeuwenoude windtorens die zelfs de kleinste briesjes opvangen om zo de kamers daar onder te koelen. Een natuurlijke vorm van airconditioning. In Yazd verblijven we een paar dagen in het Silk Road Hotel. Het hotel heeft een mooie binnenplaats met tuin waar de kamers omheen liggen. Er heerst een lekker oosters sfeertje waar we thee drinken op tapijten en ook maar eens een keer de waterpijp roken. Dat is een leuke ervaring maar het is ook meteen onze laatste waterpijp. We blazen de rook een beetje in het rond maar echt lekker vinden we het niet. In dit hotel komen we ook Maja en Marcel uit Zwitserland weer tegen, die we sinds Oost-Turkije al verschillende keren ontmoet hebben en die met de fiets op huwelijksreis zijn naar India www.2bicycles1world.ch. We besluiten om samen het laatste traject door Iran en de reis door Pakistan te maken. 

Vanuit Yazd fietsen we met z’n vieren verder door de woestijn naar Kerman. We komen regelmatig langs karavanserais, die in vroegere tijden langs de Zijderoute zijn gebouwd. Het zijn een soort ommuurde forten waarbinnen de karavanen destijds veilig konden overnachten. Om de 35 kilometer was er zo’n karavanserai, dat is de afstand die men toen met de kameel per dag kon afleggen. Sommige karavanserais zijn prachtig gerestaureerd en zijn nu in gebruik als hotel maar velen zijn vervallen tot ruines of zijn helemaal verdwenen. Omdat er in Kermanshah geen hotel is willen we daar onze tent in zo’n oude karavanserai opzetten. Van de hoteleigenaar in Yazd horen we dat daar nu vooral schapen en geiten overnachten. Daarom geeft hij ons het adres van zijn vriend Mr. Abbas, die in een naburig dorpje woont, om daar te overnachten. We worden met z’n vieren vriendelijk ontvangen door Mr. Abbas, zijn vrouw en hun kleine dochtertje. De mensen vragen ons vaak naar onze leeftijd, zo ook Mr. Abbas. Volgens hem zien we er jaren jonger uit maar dat komt waarschijnlijk omdat ze er zelf altijd veel ouder uitzien. Door schade en schande wijs geworden houden wij bij het schatten van de leeftijd de volgende formule aan: zichtbare leeftijd minus 15 jaar en dan zitten we meestal goed. Mr. Abbas lijkt wel 40 maar is dus pas 25 jaar. Hij vindt het geweldig dat we zijn leeftijd in één keer goed geraden hebben!

008-welcome-to-pakistanVanuit Kerman nemen we uit veiligheidsoverwegingen de bus naar Zahedan. De afstand is 550 km. en gaat door de verlaten provincie Baluchestan waar (drugs)smokkelaars zich kriskras door de woestijn- en grensgebieden bewegen en voor wie de regels van de wet onbekend zijn. In 2003 zijn er in deze streek drie duitse fietsers ontvoerd. De politie had destijds een drugstransport ter waarde van vijf miljoen euro onderschept en de kidnappers wilden als compensatie een losgeld van vijf miljoen euro voor de vrijlating van de gijzelaars. Zonder betaling echter zijn de fietsers weer vrijgelaten. Omdat er van Zahedan naar de Pakistaanse grens (110 km.) geen bussen rijden, charteren we twee pick-ups, we betalen een paar rials en worden binnen een uur naar de grens gebracht.

De douaneformaliteiten, zowel aan Iranese als aan Pakistaanse zijde verlopen soepel en we staan binnen een half uur in Pakistan. We gaan op zoek naar een bus die ons naar Quetta kan brengen. De route gaat namelijk ook hier door de verlaten provincie Baluchestan waar ook weer bandieten actief zijn.

008-volbeladen-busWe hebben geluk en zien een bus die ze aan het laden zijn en die om 12.00 uur zal vertrekken. Marcel en Rob sjouwen de fietsen op het dak van de bus, die al aardig beladen is. Op het dak staan honderden jerrycans met benzine. Ook achter in de bus is alles volgepakt met jerrycans. Het is natuurlijk ook erg aantrekkelijk om de goedkope benzine (€  0,07) uit Iran mee te smokkelen naar een land waar de benzine weer veel duurder (€ 0,80) is. Toch geeft het ons niet zo’n lekker gevoel. 008-fietsen-op-busHet is inmiddels 14.00 uur en de fietsen zijn nog steeds niet vastgemaakt omdat er steeds meer op de bus moet worden geladen. We vinden het onderhand niet prettig meer omdat het zwaartepunt wel erg hoog ligt. De mannen gaan op zoek naar een andere bus en vinden er één die om 16.00 uur zal vertrekken. Ze willen onze fietsen en de bagage van de eerste bus halen maar de eigenaar wil ons niet laten gaan en er ontstaat een felle woordenwisseling tussen de heren. Het is wel fijn dat we nu met z’n vieren zijn en Marcel en Rob halen samen, onder protest van de eigenaar, de fietsen naar beneden. De andere bus is veel minder beladen en de fietsen worden achter elkaar op de bus gelegd en goed vastgebonden. Uiteindelijk vertrekken we om 18.30 uur voor een rit van 15 uur. Af en toe wordt er bij een restaurantje gestopt om even iets te eten of te drinken. We merken duidelijk dat we het Midden-Oosten achter ons hebben gelaten en in Azië zijn beland.    

008-quetta-man-met-tulbandQuetta is een grensstad met Afghanistan, er wonen veel verschillende bevolkingsgroepen, waaronder veel gevluchte Afghanen. Het mooiste van Quetta zijn de verschillende bazaars met honderden kleine kleurrijke winkeltjes en veel karakteristieke mannen, die erg vriendelijk blijken te zijn. Ze willen graag zelf dat er een foto van hen wordt gemaakt en dat levert voor ons leuke plaatjes op. In Quetta kopen we treinkaartjes voor de Quetta-Express die ons in 16 uur naar de stad Bahawalpur in de provincie Punjab zal brengen. We boeken een first class sleeper, zodat we ‘s nachts nog wat kunnen slapen.
We willen dit traject niet fietsen omdat dit deels door verlaten gebied gaat dat voor reizigers niet veilig is en deels omdat we niet met een politie-escorte willen fietsen. De Pakistaanse overheid garandeert toeristen veiligheid, wat voor fietsers, motoren en campers etc. betekent dat ze in bepaalde delen van het land politie-escorte krijgen. Nu is de politie er natuurlijk niet blij mee om achter die “langzame” fietsers aan te rijden, dus zeggen ze vaak dat er niet gefietst mag worden en proberen ze fietsers op de bus te zetten naar de volgende grote plaats zodat zij van het “probleem” verlost zijn. Om dit soort ellende te voorkomen gaan we dus met de trein naar Bahawalpur.

Maandagmorgen 5 december leveren we de fietsen af bij het bagagedepot en lopen door naar het perron. Rob maakt een foto van Lucie, alle bagage en de omgeving. Onmiddellijk staat er een onvriendelijke man van de spoorwegpolitie bij hem. Rob moet mee naar het bureau terwijl hij zich van geen kwaad bewust is. Op het bureau wordt Rob op brute en intimiderende wijze duidelijk gemaakt dat het verboden is op treinstations foto’s te maken. In een groot boek wordt in tweevoud een rapport van de overtreding opgemaakt met vermelding van alle persoonlijke gegevens. Daarna gaat het grote boek weer onderin een grote bureaulade. Rob wordt verteld dat dit de eerste keer is dat een toerist slechts een waarschuwing krijgt. Alle anderen zijn meteen naar de gevangenis gegaan (!) Het fotorolletje wordt gelukkig niet in beslag genomen.  De treinreis verloopt langzaam maar voorspoedig. We zitten met zeven personen in een coupé waarin slechts zes simpele slaapbanken zijn. Maja en Marcel (pas getrouwd) slapen met z’n tweeën op het smalle bedbankje. Op de stations onderweg is het een drukte van jewelste, veel stalletjes met eten en thee en er lopen overal verkopers rond. Ook zien we op alle treinstations veel bewaking door politie en militairen met steeds hun geweren prominent om hun borst gehangen. Om 2.30 uur ‘s nachts komen we in Bahawalpur aan. We blijven nog tot het licht wordt op het koude perron hangen en fietsen daarna de stad in om een hotelletje te zoeken. 

008-uch-shariff-tombVanuit Bahawalpur maken we een dagexcursie naar Uch Sharif. De reis met de minibus over 70 km. is op zichzelf al een attractie. Het Toyota-busje heeft plaats voor 15 personen maar er blijken er uiteindelijk toch 25 in te kunnen. Bij vertrek legt de chauffeur zijn hand op de claxon en hij haalt hem er voor het eindpunt niet meer af. Onderweg moet alles en iedereen wijken voor het busje. Grote vrachtwagens, die zich natuurlijk niet zo maar weg laten drukken, worden links- en rechtsom door de berm gepasseerd. We zijn blij dat we heelhuids (maar ook snel) aankomen. In Uch Sharif bezoeken we een aantal begraafplaatsen en mausoleums uit de 13e en 14e eeuw. Vooral het mausoleum van de vrouw van Jehanian Jehangashat (traveller of the world) genaamd Bibi Jawindi, is bijzonder mooi. In Bahawalpur vervolgen we onze tocht om dit deel van Pakistan door te fietsen. De route loopt door de Indusvallei en is geheel vlak. Overal zien we mensen aan het werk op het land. Er wordt hier veel katoen verbouwd en het is oogsttijd. De vrouwen plukken het katoen van de struiken en de mannen houden zich vervolgens bezig met het vervoer van het katoen per vrachtwagen of kameel of ze drinken thee in een theehuis.      

008-vrachtwagen-met-katoenIn tegenstelling tot de saaie stukken door de woestijn in Iran is er nu de hele dag weer van alles te beleven. In Pakistan rijden prachtig versierde vrachtwagens en bussen rond, de ene nog mooier dan de andere en de kleding van de vrouwen is vaak heel kleurrijk in tegenstelling tot de zwarte chadors waar ze in Iran mee rondlopen008-kameel-met-katoen. Als we ergens stoppen om even te rusten of iets te eten te kopen staan er in een mum van tijd 20 tot 50 mensen om ons heen. Dat is leuk maar van uitrusten komt niet veel. Wel zijn de Pakistani vriendelijke en behulpzame mensen. Bijna iedereen zwaait enthousiast naar ons en geregeld horen we “Welcome to Pakistan.” Ook wordt ons vaak gevraagd of ze ons ergens mee kunnen helpen. Het niveau van de hygiëne is voor ons erg laag. De wegrestaurantjes zien er meestal vies en smerig uit en het eten is erg scherp gekruid. De rollen toiletpapier zijn bij ons hier bijna niet meer aan te slepen……… 

008-pakistaanse-vrachtwagenAls we in Multan arriveren is de chaos compleet. We fietsen de stad binnen over een onverharde weg met veel gaten. We moeten de weg delen met auto’s, busjes, rickshaws, fietsers, voetgangers, paarden, ezels en k008-pakistaanse-vrouwenamelen met karren. Ieder gaatje dat vrijkomt wordt onmiddellijk door iets of iemand weer opgevuld. Het is een hele toer om het hotel te bereiken. Daar aangekomen keert de rust een beetje weer. De volgende dag laten we onze fietsen in het hotel staan en maken we zelf ook gebruik van een rickshaw (overdekte brommertaxi) om ons zo door de stad te laten rijden. We bezoeken een handicraft center waar de mooiste dingen worden gemaakt. We kopen hier een schemerlampje van kameelleer, dat mooi beschilderd is. Men vindt het hier zo bijzonder dat we met z’n vieren door Pakistan fietsen dat ze de City-TV Multan uitnodigen om een reportage over ons te maken. We worden alle vier afzonderlijk geïnterviewd maar iedereen krijgt bijna dezelfde vragen. Daarna willen ze mee naar het hotel om opnames te maken als we op de fiets zitten. Wij zeggen nog dat het leuker is om de volgende morgen te filmen als we vertrekken en de fietsen bepakt zijn maar daar kunnen ze niet op wachten. Ze willen het item op primetime (vannacht om 3.00 uur !) uitzenden, met herhalingen de volgende dag. Wij gaan met een rickshaw terug naar het hotel met de Tv-ploeg achter ons aan. We fietsen een beetje onwennig heen en weer zonder bepakking, er wordt gefilmd, er worden nog wat vragen gesteld en ze hebben genoeg materiaal voor een uitzending van een half uur.

008-lahore-198-km-rob-en-lucieIn Mian Channum kunnen we geen hotel vinden maar we hebben laatst op een website van een andere fietsreiziger gelezen dat hij hier bij ene dr. Mirza Mushtag heeft gelogeerd. Werden we in Iran vaak door anderen uitgenodigd nu besluiten we onszelf maar eens uit te nodigen en we vragen naar het adres van de dokter. Als we bij zijn huis aankomen is hij zelf niet aanwezig maar zijn 12-jarige zoon vindt het heel normaal dat we met vier fietsers arriveren en we kunnen zo met de fietsen naar binnen rijden. ‘s Avonds om 21.00 uur arriveert dr. Mirza. Het is een bijzondere man van 82 jaar, die in 1962 de Tour de France heeft gereden en verder over de hele wereld heeft gefietst. Sindsdien stelt hij zijn huis open voor andere fietsreizigers want volgens hem zijn we één grote familie. Hij is een wijze man en heeft krasse uitspraken over de islam. We slapen samen met Maja en Marcel op een slaapzaal en worden ‘s morgens zingend gewekt door dr. Mirza die ons thee op bed brengt. We mogen van hem vandaag niet vertrekken, we moeten eerst al zijn foto’s bekijken. Hij zegt dat we rustig een week, een maand of een jaar mogen blijven. Omdat wij toch andere plannen hebben gaan we de volgende dag echter weer verder. Van enige vergoeding voor kost en inwoning wil hij niet weten.

Da wir seit mehreren Wochen met Maja und Marcel zusammmen sind, sprechen wir den ganzen Tag Deutsch. Wenn wir zur zweit sind sprechen wir auch manchmal Deutsch mit einander. Ach, jetzt schreiben wir ja schon Deutsch, wir gehen sofort weiter auf Holländisch.

008-lahore-fortIn Lahore bezoeken we het indrukwekkende Lahore Fort uit de 16e eeuw met zijn mooie toegangspoort en de er tegenover gelegen Badshahi Moskee. Deze moskee is één van de grootste moskeeën ter wereld en biedt plaats aan 100.000 gelovigen. Verder zijn we hier kind aan huis bij Pizza Hut, Kentucky Fried Chicken en McDonalds. We hopen dat we met het westerse eten onze darmen weer een beetje op orde kunnen krijgen. In Lahore sluiten we een periode af van vijf maanden reizen door Moslimlanden. Het was heel speciaal om deze landen met hun bijzondere gebruiken en religieuze gewoonten, waaronder de Ramadan, nader te leren kennen. We werden ook vaak aangenaam verrast door de vriendelijkheid, gastvrijheid en vrijgevigheid van de moslims. Het zijn echter ook landen die door mannen worden gedomineerd en waar de vrouwen in het openbare leven steeds op de achtergrond worden gehouden. Lucie is blij dat ze na 70 dagen verplicht hoofddoek dragen deze eindelijk voorgoed in de tas kan stoppen en we zijn alle twee blij dat we ook weer eens (legaal) een borreltje kunnen drinken.

Zondag 18 december fietsen we, weer met zijn tweeën, de laatste 30 km. door Pakistan naar de Indiase grens. We willen dan langere tijd door India fietsen. Ons visum is geldig tot en met 30 april 2006.
De kerstdagen willen we doorbrengen in Dharamsala / McLeod Ganj. Hopelijk komen we daar de Dalai Lama nog tegen die hier in ballingschap verblijft.