18-10-2005 Zanjan (Iran)

Ramadan, Hejab en Mosaferkhuneh’s 

Zaterdag 17 september verlaten we Cappadocië en fietsen verder richting Oost-Turkije. Via Kayseri komen we aan in Sivas, hier blijven we twee dagen. Omdat het weer tijd is voor een knipbeurt gaan we op zoek naar een kapper. Voor Rob is dat geen probleem, herenkappers vind je op iedere hoek van de straat. Naar een dameskapper moet je altijd iets langer zoeken, deze bevinden zich meestal ergens in een gebouw op de eerste verdieping. Omdat hier veel gesluierde vrouwen rondlopen en zij natuurlijk niet voor het oog van iedereen die hoofddoek af mogen doen. Het bezoek van Rob aan de kapper vergeet hij niet snel. Nadat zijn haren zijn geknipt steekt de kapper een zeer groot model wattenstaaf aan, Rob verschiet van kleur en trekt zijn hoofd weg. De kapper knikt hem bemoedigend toe en slaat met het vuur op zijn oren om de haartjes die daar groeien weg te branden. Daarna koelt hij de plekjes af met rozenwater. Het bezoek van Lucie aan de kapper verloopt iets minder traumatisch, zij wordt goed geknipt en de haren worden zelfs mooi in model geföhnd.

006-slecht-wegdekDe wegen in Oost-Turkije zijn erg slecht voor fietsers. Men is overal bezig met wegwerkzaamheden en volgens ons is er niemand die het overzicht heeft. De wegen die nog niet onderhanden zijn genomen zijn eigenlijk het beste want als ze eenmaal opnieuw geasfalteerd zijn drukken ze daar allemaal grote scherpe keien in als afdeklaag. Dat geeft veel rolweerstand en is slecht voor onze banden. Een bijkomend voordeel is dat veel wegwerkers ons uitnodigen voor de thee. We fietsen hier toch veelal door verlaten gebied waar we geen restaurantjes tegenkomen en dan gaat een lekker kopje thee er wel in. Af en toe krijgen we er zelfs een gratis warme maaltijd voorgezet. 

In Oost-Turkije begint ook het zware werk, de afstanden die we per dag afleggen worden langer, de bergen worden hoger en de hotelletjes waar we overnachten worden eenvoudiger. Rob gaat meestal naar de kamer kijken omdat hij beter over de prijs kan onderhandelen dan Lucie.

In Tercan is het hotel dat er nog redelijk uitziet vol en moeten we op zoek naar een andere plek. Iemand verwijst ons naar een ander hotel. Rob gaat naar binnen en komt met opgetrokken neus weer naar buiten. Hij vindt het er zo smerig en vies dat hij voorstelt om verder te fietsen en onze tent maar ergens op te zetten. We vinden een mooi plekje bij een vervallen en verlaten kippenschuur en installeren ons als opeens de eigenaar er aan komt lopen. Het gebouw is wel vervallen maar blijkbaar nog niet verlaten. De kippenboer vindt het prima dat we de nacht op zijn erf doorbrengen. Hij vraagt ons zelfs of we iets willen eten of drinken. Wij hebben echter al boodschappen gedaan en bedanken hem vriendelijk voor het aanbod. Even later komt hij met een bord met börek (een soort koek) aanlopen dat hij ons overhandigd. Dit stinkt echter zo muf dat we het in dank aanvaarden maar even later in de afvalzak laten verdwijnen.  

006-lucie-door-landschap

Het landschap waar we doorfietsen is erg bergachtig. We beklimmen de ene na de andere pas en hebben mooie uitzichten over bergen en dalen. Soms is het landschap kaal en dor en even later fietsen we weer door een groene vallei. We zien ontzettend veel kuddes schapen, geiten en runderen onderweg. Wat wij hier in Oost-Turkije als niet zo prettig ervaren zijn de vervelende kinderen die constant “money, money” roepen. Wanneer we daar niet op reageren en doorfietsen gooien ze ons met stenen na! Ook hebben we veel last van grote loslopende honden. Vaak lopen ze bij een schaapskudde, een kazerne of bij een dorpje. Als ze ons zien, komen ze er dreig006-thee-bij-herdersend aanrennen. Rob heeft altijd een paar stenen paraat en Lucie heeft de dazzer. Verder schreeuwt Rob in het achterhoeks dat ze op moeten rotten en Lucie gilt alleen maar van angst. Wanneer de honden er aan komen tijdens een afdaling kunnen we ze meestal wel voor blijven door in een groot verzet hard weg te fietsen. Tijdens een beklimming, in het kleinste verzet, moet je de honden echter weg proberen te jagen. Op een dag moeten we over een pas van 2.200 meter, het is een hele klim en we zijn best moe als er vlak voor de top opeens drie grote honden aan komen rennen. Door ons geschreeuw en gegil komen er een paar herders toesnellen die de honden weg jagen. We hadden jullie graag een foto van deze agressieve honden laten zien maar op zo’n moment durf je niet eens aan je fotocamera te denken. De herders nodigen ons uit voor een kop thee om van de schrik te bekomen en hiervan hebben we wel even een plaatje gemaakt. 

006-horasan-snorAls we ‘s morgens uit Horasan vertrekken zien we naast het hotel een barbier. Hij heeft een hele lange snor over zijn hoofd opgebonden. We zien een bordje waarop staat dat hij “Kampioen Snor” is. Daar willen we natuurlijk graag even een foto van maken. We vragen hem vriendelijk of we hem mogen fotograferen en dat mag. Hij poseert maar maakt zijn snor niet los en wij durven dat ook eigenlijk niet te vragen. Dan gaat hij naar binnen, komt even later naar buiten met een zonnebril op, de snor los en hij heeft een stoel bij zich. Hij gaat zitten en zegt dat Lucie zijn snor vast moet houden.

006-ishak-pasha-palaceDogubayazit is de laatste stad in Turkije voor de Iranese grens. Er is veel militair vertoon, er staan tanks in de straten en er lopen veel soldaten omdat de PKK hier actief is. Hier in deze stad is het voor reizigers die naar Iran vertrekken ook de laatste mogelijkheid om nog een borrel te drinken. Voor de reizigers die uit Iran komen is hier weer de eerste gelegenheid om een borrel te drinken, dus de plaatselijke slijterij maakt goede omzet. Een paar kilometer buiten de stad, in de bergen, ligt het Ishak Pasa Palace. Dit prachtige complex, dat bestaat uit een paleis, een fort en een moskee is een bezoek meer dan waard. Het is al meer dan vijfhonderd jaar oud en wordt momenteel gerestaureerd. Het is wel jammer dat de restauratie met de “Turkse slag” gebeurt waardoor de originele staat ver te zoeken is.006-laatste-borrel

Op onze één na laatste dag in Turkije klopt er iemand op onze kamerdeur. Het is Linda uit Nieuw Zeeland, die ook per fiets reist. Ze heeft van anderen gehoord dat er hier twee Nederlanders zitten die met de fiets naar Iran gaan en ze vraagt of ze met ons mee de grens over mag. Aan de Iranese kant staat een Iraniër op haar te wachten waar ze dan mee verder fietst. We spreken af dat we zaterdag 8 oktober om 8.30 uur vertrekken. Wat schetst onze verbazing als we de volgende morgen buiten komen en dat er ook nog twee andere fietsers staan. Het zijn Maja en Marcel, een Zwitsers stel dat op huwelijksreis is met de fiets naar India. Wij hebben ze een aantal weken geleden al eens ontmoet. Dus we gaan met z’n vijven op weg naar Iran.

De laatste etappe in Turkije is prachtig. We fietsen constant met zicht op de Mount Ararat (5.137 mtr.). Meestal zit de top in de wolken maar vandaag is de besneeuwde Ararat goed zichtbaar. Bij de grens aangekomen is het erg druk. Er staan rijen vrachtwagens die er vaak uren staan te wachten. Wij fietsen er voorbij. Bij de Turkse douane krijgen we een stempel in ons paspoort en mogen we doorfietsen. Maar dan komt het. De dames moeten zich gaan kleden voor Iran.

006-maya-lucie-lindaIn Iran is het in de wet vastgelegd dat alle meisjes vanaf negen jaar gesluierd door het leven gaan. De meeste vrouwen dragen er een “chador” dat is een (meestal) zwarte doek die ze van top tot teen bedekt, alleen het gezicht blijft zichtbaar. Er zijn echter ook enkele vrouwen die alleen een “Hejab” dragen, dat is een hoofddoek. Wij kiezen voor het gemak bij het fietsen voor de laatste versie. We moeten er voor zorgen dat het hoofd, de schouders, de armen, de benen en het lichaam helemaal bedekt zijn. Verder moeten de vrouwelijke vormen verborgen blijven en mogen we geen make-up gebruiken. Na ons verkleedpartijtje kunnen we naar de Iranese douane. Hier verloopt alles soepel, we moeten onze paspoorten afgeven en na 20 minuten krijgen we deze terug. Er wordt ons niets gevraagd, onze bagage wordt niet gecheckt en we mogen zo verder. We fietsen nieuwsgierig en opgetogen Iran binnen. Het is toch bijzonder om door een land te reizen waarover in het Westen (vaak zonder enige kennis) veel vooroordelen en meningen bestaan. Toen we destijds vertelden dat we door Iran zouden gaan fietsen was veelal de reactie: “Is dat niet gevaarlijk?”

Na anderhalve week fietsen in Iran bestaat volgens ons echter het grootste gevaar uit het verkeersgedrag van de Iraniërs in de stad. Ze rijden hier echt met oogkleppen op. Waar plaats is op de weg wurmen ze er zich doorheen. Auto’s schieten vanuit het niets zo de weg op, passeren ons links- en rechtsom, zowel van voren als van achteren, snijden ons en gaan dan bovenop de rem staan, openen portieren zonder om te kijken, nemen rotondes links- en rechtsom. We hebben in de stad eigenlijk voor en achter ogen nodig. Buiten de auto zijn het echter zeer vriendelijke, rustige en gastvrije mensen. Geregeld wordt ons onderweg weer fruit meegegeven en thee aangeboden. Bij de bakker hoeven we vaak het brood niet te betalen en krijgen het als buitenlandse gast voor niets mee.

Op 5 oktober is de Ramadan begonnen, voor een periode van 30 dagen. Dit houdt onder andere in dat de Moslims tussen zonsopkomst en zonsondergang niet mogen eten, drinken en roken. Wij pakken dus ‘s morgens voordat we vertrekken de tassen vol met eten en drinken en we eten onderweg enigszins buiten het zicht van de lokale bevolking. Toch komen we onderweg en in een stad nog wel eens restaurantjes tegen waar Iraniërs achter de gordijnen overdag gewoon een maaltijd nuttigen en waar wij dan ook weer wat kunnen eten en drinken. Niet iedereen is hier blijkbaar strikt in de leer.

De accommodaties in Iran zijn eenvoudig en zeker buiten de grote steden slecht. In kleine plaatsen overnachten we in Mosaferkhuneh’s (reizigershuizen). De faciliteiten bestaan dan veelal uit een kamer waar alleen twee of drie harde bedden in staan. De kamers worden één keer in de tien jaar gestoft en één keer per jaar worden de lakens verschoond. Gelukkig hebben we onze kampeerspullen bij ons zodat we onze eigen slaapmat, kussen en slaapzak op bed leggen en het smerige linnengoed niet hoeven te gebruiken. Het schema voor het schoonmaken van het gezamenlijke toilet voor het hele hotel is vaak zoek en wordt daarom maar achterwege gelaten en een douche hebben ze niet. Het gebruik van toiletpapier is in Iran niet gangbaar. Op het toilet hangt een waterslang die je kunt gebruiken om je achterste schoon te spuiten. Zolang wij nog toiletpapier kunnen kopen houden we ons nog maar vast aan onze oude gebruiken.006-khomeiny

Via fietsreizigers onderweg hebben we gehoord dat in Tabriz een goede fietsenmaker zit. Na veel navraag en goedbedoelde hulp van de mensen hier blijkt na anderhalf uur zoeken de zaak gesloten te zijn. We gaan voor verdere informatie naar het Tourist Office. Mr. Nasser Khan van dit kantoor fietst vervolgens persoonlijk met ons door de stad naar een andere professionele fietsenmaker: Saeed Mohammed Bike. Vanwege onze vele spaakbreuken laten we beide achterwielen omspaken met de uit Nederland toegezonden nieuwe spaken en nippels. Saeed is met het omspaken en het poetsen van de fietsen ruim vier uur bezig en ondertussen zorgt hij dat wij, ondanks de Ramadan, thee, jus d’orange en koeken krijgen. Uiteindelijk wil hij voor zijn werk niets betaald hebben. Geweldig toch. De volgende dag brengen we hem een cadeautje, de afdrukken van de gemaakte foto’s en een door Mr. Nasser vertaald briefje in het Farsi (Perzische taal), waarin we hem bedanken voor de goede service en zijn gastvrijheid.  Onder toeziend oog van Ayatollah Khomeiny, die hier na zijn dood nog altijd prominent aanwezig is op schilderijen en plakkaten, vervolgen we onze fietstocht in Iran.