25-04-2018 Dumai, Sumatra (Indonesië)


Hello Mister, how are you? (Deel 2)

Zaterdag 24 maart nemen we in Tuk Tuk afscheid van onze Duitse buurman Toni, de look-a-like van Leo Beenhakker. Hij reist veel en wordt daar door Nederlanders vaak op aangesproken maar omdat hij geen Nederlands spreekt, hebben ze al snel door dat hij het echt niet is. We fietsen rondom Samosir eiland in het Tobameer naar het plaatsje Naingolan. De route gaat over een heuvelachtige weg, we kijken uit op het Tobameer en langs de weg zien we veel Batak huizen en rijstvelden met rijk versierde grafmonumenten.

22.01-24122.02-24322.03-24922.04-25222.05-26222.06-26322.07-28122.08-274We stappen op de ferry en na een ruim twee uur durende overtocht komen we aan in Balige, van waaruit we verder fietsen over de Trans Sumatra Highway naar het zuiden. Het is geen echte highway maar een rustige, smalle, kronkelende en meestal slechte weg. De route is heuvelachtig en we genieten van de prachtige uitzichten en van de enthousiaste mensen in de dorpen en op de rijstvelden. Dagelijks hebben we weer meerdere fotosessies van mensen die met ons op de foto willen. Nadat we tijdens het fietsen al lang geen regen meer hebben gehad, komt daar op weg naar Sipirok verandering in. Het wordt steeds donkerder en na de miezer komt de regen en daarna valt het met bakken uit de lucht. Omdat we vandaag een lange pittige route voor de boeg hebben, moeten we gewoon verder fietsen. Dat is maar goed ook want het wordt niet meer droog. Kletsnat komen we aan bij een hotel waar we een bungalow met een koude douche krijgen. Echt warm word je daar niet van maar gelukkig kunnen we in het restaurant warm eten zodat we weer een beetje bijkomen.

22.09-28322.10-29222.11-29822.12-30122.13-30522.14-309De volgende dag is een korte relaxte fietsroute en we checken rond de middag al in bij het koloniale hotel Natama in Padangsidimpuan. De 75-jarige eigenaar Irwaan Hoesin is erg vriendelijk en spreekt zelfs Nederlands met zo’n mooi Indonesisch accent. Rob is snipverkouden, heeft koorts en moet de hele dag niezen en hoesten dus we blijven hier nog wat langer zodat hij even kan herstellen. De laatste avond wandelen we naar een restaurantje in de buurt waar we met al het personeel op de foto moeten. Vóór het restaurant staan vier meisjes die druk met elkaar praten en telkens naar ons kijken. Wanneer wij buiten komen, spreken ze ons verlegen aan en zeggen dat ze vragen hebben bedacht die ze ons willen stellen en dat ze het gesprek met hun smartphone willen vastleggen als wij dat goed vinden. Ze spreken, in tegenstelling tot de meeste anderen hier, goed Engels en het wordt een leuk interview dat ze de volgende dag op school aan de lerares willen laten zien. Wij complimenteren op beeld de lerares ook nog even met het feit dat haar leerlingen zo goed Engels spreken.

22.15-32222.16-324Goede Vrijdag is Rob helemaal opgeknapt en nadat we afscheid hebben genomen van het vriendelijke personeel stappen we na drie dagen weer op de fiets. We fietsen achter elkaar door het drukke stadje en na drie kilometer remt Rob af voor een drempel die Lucie niet zo snel heeft gezien. Ze raakt met haar linker voortas, de rechter achtertas van Rob en komt aan het slingeren. Lucie kan de fiets niet meer houden en valt over het stuur op de weg. Ze bloedt flink uit een hoofdwond en Rob pakt snel een schoon T-shirt uit de tas om het bloed te stelpen. Vervolgens pakt hij beide fietsen van de weg en gaan we bij een huisje op een bankje zitten. Rob bekijkt de wond en zegt dat we naar een ziekenhuis moeten omdat er een flinke snee boven het linkeroog zit die volgens hem gehecht moet worden.

Omdat Lucie zich verder wel goed voelt, legt Rob een noodverband aan en besluiten we om de drie kilometer terug te fietsen naar ons hotel waar een ziekenhuis schuin tegenover ligt. Bij het hotel aangekomen zijn ze zeer behulpzaam. De medewerkers nemen onze fietsen en bagage mee en een meisje van de receptie, die een beetje Engels kan, gaat met ons mee naar het ziekenhuis. Bij de eerste hulp worden we direct geholpen door een jonge arts en een verpleger. Dokter Helmink had het goed ingeschat want de wond moet worden gehecht. Lucie ligt op een brancard, de wond wordt schoon gemaakt en ontsmet en na de verdovingsspuitjes wordt deze gehecht en verbonden. De elleboog met wat schaafwonden wordt ook schoon gemaakt en ontsmet. Lucie heeft ook last van haar linkerknie waarvan de huid niet beschadigd is maar wel pijnlijk als deze belast wordt maar dat wil ze eerst nog even aankijken. We krijgen voor vijf dagen antibiotica, pijnstillers en een vitamine B-complex mee en moeten over vier dagen terug komen voor controle. We vragen wat de kosten voor de behandeling en de medicijnen zijn en dat blijkt 130.000 Rupiah te zijn, ofwel € 7,80. De materiële schade is groter want deze zit met name in de zonnebril met glazen op sterkte. Het montuur is gebroken, het linkerglas is eruit en een beetje beschadigd. De snee boven het oog is namelijk veroorzaakt door de bril waarop Lucie is terecht gekomen tijdens de val.

We wandelen met de receptioniste terug naar het hotel en besluiten om een kamer te boeken voor de komende zeven nachten. De eigenaar van het hotel heeft met Lucie te doen en we krijgen een grotere en luxere superior kamer voor de prijs van de standaard kamer die we de laatste drie nachten hebben gehad en bovendien hoeven we maar zes in plaats van zeven nachten te betalen. Wanneer Lucie ligt bij te komen van het ongeval wordt er op de deur geklopt en komt er een medewerker met een groot dienblad binnen waarop een fruitmand staat met bordjes en mesjes, schaaltjes met water en linnen servetten. Wat een ontzettend lief gebaar van deze mensen!

22.17-33022.18-331We hebben een rustige week in het hotel waarin we veel lezen en wat surfen op het internet. Na vier dagen steken we de weg over naar het ziekenhuis voor een controle bij de eerste hulp. We worden direct geholpen door een arts en twee verplegers. Niemand spreekt Engels maar met de vertaal app op de tablet, begrijpen we dat het beter is om de hechtingen er nu al uit te halen omdat het resultaat dan mooier wordt. De wond wordt daarna opnieuw verbonden en mag de komende drie dagen niet stoffig of nat worden. ‘s Middags worden we in het hotel verblijd met nóg een fruitmand!

Zaterdag 7 april vertrekken we na elf overnachtingen uit het hotel en krijgen van de eigenaar ook nog een lunchpakket mee met sandwiches gebakken ei, appels en flesjes water. Bij ons vertrek worden er nog enkele foto’s gemaakt en nemen we hartelijk afscheid van het echtpaar Hoesin en hun personeel.

22.19-336We fietsen in vijf dagen naar de wat grotere stad Bukittinggi. De route gaat over een mooie heuvelachtige weg met veel lintbebouwing, kleine steenfabriekjes en kolossale waringinbomen. Het is een afwisselende route en hele dagen worden we begroet door vriendelijke mensen. Van vroeg tot laat horen we “Hello Mister, how are you?” De mensen zijn allemaal zo enthousiast wanneer ze ons zien, dat is hartverwarmend en het blijft leuk maar in de loop van de middag wordt het soms ook wel vermoeiend om steeds maar weer vriendelijk terug te blijven zwaaien en groeten. Telkens worden we staande gehouden omdat mensen selfies met ons samen willen maken.

22.20-34022.21-34222.22-34822.23-33822.24-05122.25-368In het dorpje Purbabaru staat de grootste moslimschool van Indonesië. We zien veel schoolgebouwen en op straat en in klaslokalen voornamelijk jonge jongens met allemaal een witte kufi. Bijzonder zijn de honderden piepkleine en vaak krakkemikkige huisjes waar de studenten in wonen. Het zijn zeer eenvoudige huisjes zonder sanitaire voorzieningen. In de gedateerde reisbeschrijving die we hebben, staat dat hier zowel scholen voor jongens als meisjes zijn. De meisjesscholen zijn echter inmiddels verdwenen. Wij vinden het wel een verontrustend idee dat al die jonge jongens en mannen bij elkaar op een kluitje leven en hier gehersenspoeld worden. De jonge jongens lachen vriendelijk naar ons maar we merken dat wanneer ze een bepaalde leeftijd hebben, ze alleen Rob groeten en met hem praten en Lucie gewoon negeren alsof ze lucht is.

22.26-35022.27-35122.28-35322.29-352We fietsen deze dagen ook in de regen, soms miezert het licht maar soms komt het ook met bakken tegelijk uit de lucht vallen. Dat is erg jammer want de route is geweldig mooi met prachtige uitzichten op rijstvelden, snelstromende riviertjes en jungle.
De accommodaties waar we overnachten zijn niet om over naar huis te schrijven, dus dat doen we dan ook maar niet. Laten we het erbij houden dat schoonmaken niet de sterkste kant is van de Sumatranen.
De wond boven het oog van Lucie is goed genezen al lijkt het wel dat ze er een blijvend litteken aan zal overhouden. De techniek van een mooie hechting hebben ze hier nog niet echt onder de knie. Nu we het over de knie hebben, de linker knie van Lucie blijft pijnlijk bij het op- en afstappen en ook het lopen gaat slecht maar met het fietsen heeft ze er gelukkig geen last van.

22.30-31322.31-36022.32-37422.33-37822.34-37322.35-377Woensdag 11 april hebben we 15.000 kilometer op de teller staan en komen we in Bonjol aan bij de evenaar, die we oversteken naar het zuidelijk halfrond. Wanneer we bij het Equator monument zitten, komt er een politieauto aanrijden waar drie agenten uitstappen. Ze spreken geen Engels en wij denken eerst nog dat we daar niet mogen zitten. Ze roepen er een gids bij en deze vraagt ons of we na een door een agent gesproken tekst drie keer achter elkaar met gebalde vuist “Hidup Polri” willen roepen en dat wordt dan gefilmd. Naderhand kijken we bij Google Translate wat we precies geroepen hebben en het blijkt dat we hebben meegewerkt aan een promotiefilmpje en drie keer “Leve de Politie” hebben geroepen! We vinden het achteraf wel komisch.

22.36-38622.37-387In sommige gebieden wonen alleen maar moslims en zijn alle vrouwen gesluierd. Zelfs meisjes die nog amper kunnen lopen, dragen soms al een sluier in de vorm van een mutsje met een lange flap. Er zijn echter ook regio’s waar veel Christelijke kerken staan en daar zien de vrouwen er anders uit. Over het algemeen zijn alle mensen erg vriendelijk, ze willen van alles weten over ons en er wordt gezwaaid en gelachen. Vaak is de taal een barrière want niet iedereen spreekt hier Engels en wij geen Bahasa Indonesia. Maar als ze je vragen waar je vandaan komt en wij zeggen “Belanda” dan zeggen ze allemaal: “Oh, Netherland” en gaan de duimen omhoog.

In Bukittinggi checken we in bij het Asia Hotel en wanneer we ‘s avonds willen gaan eten regent het en geeft de receptie ons een paraplu mee. We wandelen naar het Bedudal Café, een restaurant met een Westerse menukaart en heel bijzonder … er staat zelfs bier op vermeld. We blijven een paar dagen in Bukittinggi om de knie van Lucie wat rust te geven. Rob gaat af en toe alleen op pad en ‘s avonds lopen we naar het dichtbij gelegen Bedudal Café om eens iets anders te eten dan rijst en noedels. Bukittinggi heeft meer dan 100.000 inwoners en in de Nederlandse tijd heette de stad Fort de Kock. Er rijden geen gewone taxi’s maar paardentaxi’s, dat is leuk om te zien en om te horen. Het bekendste gebouw van de stad is de Jam Gadang, de Grote Klok. De bouw van de klokkentoren was een cadeau van Koningin Wilhelmina aan een lokale bestuurder in 1926. Het schijnt dat de kosten voor de bouw drieduizend gulden waren.

22.38-39222.39-39422.40-39922.41-398Na een aantal rustdagen fietsen we naar Harau Valley. Daar is het mooi fietsen tussen de rijstvelden waar de mensen aan het werk zijn. De vallei is omringd door hoge rotswanden met watervallen. Helaas gaat het op een gegeven moment miezeren en schuilen we onder een afdakje. Daar worden we gespot door een groepje vriendinnen die allemaal met ons en vooral met Lucie op de foto willen. Eerst met z’n allen en vervolgens iedereen afzonderlijk met Lucie, waarbij ze allemaal de armen om Lucie’s middel slaan. Na bedankjes en handkusjes fietsen we verder en we horen nog lang het harde lachen, gillen en krijsen van de meiden.

22.42-41022.43-41222.44-41922.45-421Over een smal en onverhard weggetje fietsen we naar Abdi Homestay, waar de eigenaar Iqbal ons onmiddellijk herkent en ons hartelijk verwelkomd. Wij zijn hier in 2012 geweest toen hij nog maar drie huisjes had zonder elektriciteit. Hij vertelde ons destijds dat hij in totaal tien huisjes wilde bouwen en dat we nog maar eens terug moesten komen. Dus toen hij Rob zag, zei hij meteen “Oh, my brother came back now I have ten bungalows”. Hij wist zelfs nog in welke bungalow we destijds hebben gezeten en we mogen nu dezelfde hebben. Hij vindt het helemaal geweldig dat zijn ‘broer’ terug is en vertelt trots dat alle huisjes nu elektriciteit hebben. Er is zelfs een restaurant bij gebouwd, dat er toen ook nog niet was. Het is heel mooi om te zien dat hij in 2012 dromen en plannen had en dat hij die nu heeft verwezenlijkt. Er zijn op dit moment ook best veel gasten en hij zegt dat de zaken goed gaan. ‘s Avonds eten en praten we met de andere buitenlandse gasten op het overdekte terras van het restaurant. Op een gegeven moment wordt er door een Indonesiër een gitaar gepakt en worden er Engelse liedjes gezongen. Een leuke avond maar Iqbal vindt het niet leuk dat we de volgende dag al weer vertrekken. Maar het is nog een eindje fietsen naar Dumai en in verband met onze aflopende visumduur willen we toch een beetje speling houden.

22.46-41422.47-423De volgende dag willen we in één keer naar Bangkinang gaan. Dat is 126 kilometer fietsen met ook nog eens 1.200 hoogtemeters. Dat is voor ons wel ambitieus maar tussen deze plaatsen is er nagenoeg geen accommodatie. We staan vroeg op, ontbijten in de bungalow en stappen om 6.00 uur op de fiets. De eerste vijftien kilometer zijn nog vlak en fietsen we door de mooie Harau Valley. Dan volgt een zware klim van zo’n tien kilometer waarbij we ook over een bijzondere fly-over constructie fietsen, die is aangelegd om hoogte te winnen in de bergen.
We zien dat in Pangkalan na zo’n kleine 50 kilometer bij een tankstation toch een Wisma met accommodatie zit maar het is pas 9.30 uur dus we fietsen verder. We passeren vandaag de evenaar en komen weer op het noordelijk halfrond. Dan begint het echt zwaar te worden met steeds venijnige lange klimmen, afdalingen en nog meer klimmen. We moeten verder fietsen in de bloedhitte over de heuvelachtige wegen en uitgeput komen we aan in Bangkinang. De dag erna fietsen we naar de stad Pekanbaru.

22.48-42822.49-42722.50-42622.51-434Pekanbaru is de hoofdstad van de provincie Riau, heeft ruim 1,1 miljoen inwoners en is de 9e grootste stad van Indonesië. We vinden er een leuk hotel en blijven er vier dagen.
Op Sumatra wordt veel gerookt, overal zie je dan ook grote reclameborden met sigarettenmerken. Op hotelkamers staan altijd asbakken, die in de mindere hotels vaak alleen maar leeggegooid zijn maar waar de asresten nog aanwezig zijn. Wij moeten er nog steeds aan wennen wanneer we in een restaurant zitten en er aan de tafel naast en achter je sigaretten worden opgestoken. In Pekanbaru gaan we naar restaurant Vanhollano en daar hebben ze het goed geregeld. Ze vragen of we in het rokers- of niet rokersgedeelte willen zitten. Wij zien de glazen rokersruimte en zeggen dat wij in de andere ruimte willen zitten. Wanneer we aan het eten zijn zien we dat mensen toch een sigaret opsteken. Waar wij dus niet aan gedacht hadden is dat hier de grote meerderheid rookt en de kleine glazen ruimte juist voor de niet rokers bestemd is.

Vanuit Pekanbaru fietsen we in drie dagen naar Dumai, de stad waar we twee maanden geleden begonnen aan ons rondje over Sumatra. Als we stad uit fietsen zien we nog een optocht van een jeugdig muziekkorps met daarachter mooi aangeklede jongeren. Het is warm, zonnig en zweterig en het gaat over heuvelachtige wegen langs met name oliepalmplantages. Een groot deel van het Sumatraanse oerwoud heeft inmiddels plaats moeten maken voor deze lucratieve oliepalmplantages.
Men noemt het hier ook wel ‘Oil Country’. We zien ja-knikkers, dikke pijpleidingen langs de wegen en raffinaderijen en opslagtanks van Chevron. Daarnaast natuurlijk de vele oliepalmplantages, vrachtwagens met de oliepalm vruchten, zwarte dampen uitblazende oliepalm verwerkingsfabrieken en dan ook nog de tankauto’s met palmolie. Kortom het is niet het mooiste gedeelte van deze route.

22.52-44422.53-44722.54-45822.55-452In Dumai eindigt onze route op Sumatra en moeten we Indonesië verlaten omdat ons 60-dagen visum helaas afloopt en niet meer is te verlengen. We kopen een ticket voor woensdag 25 april en varen dan met de ferry in vier uur naar Klang in Maleisië.
We hebben een geweldig mooie tijd gehad op Sumatra waar we met veel plezier aan terug zullen denken en Lucie heeft er een onuitwisbare herinnering aan over gehouden.

22.56-259