22-03-2018 Tuk Tuk, Sumatra (Indonesië)


Hello Mister, how are you?

Dinsdag 27 februari fietsen we vroeg naar de haven van de stad Klang in Maleisië. Het is er al druk, we kopen er kaartjes voor de ferry naar Dumai op het eiland Sumatra en moeten lang wachten totdat we uiteindelijk door de Imigrasi kunnen. We krijgen een uitreisstempel en met vijf kwartier vertraging vertrekt de boot. Er zijn zo’n 50 passagiers, waarvan er 48 op het benedendek moeten plaatsnemen en wij, als enige westerlingen, moeten of mogen bovendeks in de op volle toeren draaiende airco zitten. Na drieëneenhalf uur varen komen we aan in Dumai en zetten we onze klok een uur terug, pakken de fietsen op en gaan naar de Imigrasi.

21.01-23121.02-232Er bestaat voor Indonesië een gratis visum voor maximaal 30 dagen, dat niet te verlengen is. Wij vragen echter een Visa On Arrival waarvoor we twee keer 35 US $ betalen. Dit visum is ook 30 dagen geldig maar kan éénmalig worden verlengd met 30 dagen. De procedure duurt even en terwijl we daar wachten worden we aangesproken door een Indonesiër die bij de Imigrasi staat. Hij vertelt ons dat zijn broer in de stad een Engelse privé school aan huis heeft en dat we daar gratis mogen overnachten en dan eventueel kunnen helpen met de Engelse les. We denken er even over na en besluiten om maar eens te kijken wat het is.

21.03-001We fietsen achter de man op z’n brommer aan de stad in en komen even later bij het eenvoudige huis van Mr. Muchsin en z’n vrouw. Daar worden we hartelijk ontvangen en krijgen de logeerkamer aan de achterzijde van het huis. Het is zeer eenvoudig met twee matrassen op de grond en een hurktoilet en mandi in een gebouwtje in de tuin. Lucie kan meteen al het leslokaal in en praat een uur in het Engels met een broer en zus van 13 en 14 jaar. De opzet van de les is dat zij zich voorstellen en vervolgens standaard vragen stellen die ze op papier hebben staan. Daarna stelt Lucie vragen die ze dan proberen te beantwoorden ‘s Avonds geven we van 19.30 tot 21.00 uur samen Engelse les aan een groep van tien 16- en 17-jarige leerlingen. Zij gaan vijf dagen in de week naar school met lesuren van 7.00 tot 17.00 uur (!) en hebben dan ook nog drie keer in de week Engelse les bij Mr. Muchsin. Ze stellen zich voor met hun volledige namen maar zeggen erbij dat we ook hun roepnaam mogen gebruiken.
Lucie praat met Nurul, Desi, Lika en Nurin en Rob met Rian, Randy, Firdaus, William, Justin Willyam en Rizdi. In de loop van de avond wisselen we nog van groep. Mr. Muchsin zien we amper dus die heeft een rustige avond. We vinden het alle twee leuk om met de jongeren te praten en zo horen wij ook wat van het leven hier in Dumai en voor welk beroep ze willen kiezen en zij weten nu meer over het leven in Nederland.

21.04-00421.05-00721.06-01121.07-014In acht fietsdagen, met tussendoor twee rustdagen, fietsen we de 569 kilometer naar de hoofdstad Medan. Als je ooit aandacht tekort bent gekomen dan is het wellicht een idee om deze route te gaan fietsen. Wat een ongekend enthousiasme beleven we hier onderweg. De mensen zwaaien ons lachend toe en roepen “Hello Mister” (ook tegen Lucie) en “Good morning” (dit zeggen ze ook ‘s middags) en verder “How are you?” “What is your name?” “Where do you come from?” “Where do you go?” “What are you doing?” Deze laatste vraag is wel een goeie want dat vragen wij ons zelf ook wel eens af in deze hitte.
Het zijn allemaal standaardzinnetjes die ze uit hun hoofd hebben geleerd en daar houdt de Engelse woordenschat er voor de gemiddelde Sumatraan ook wel zo’n beetje mee op. Ze wachten meestal ook niet eens op een antwoord want dat verstaan ze toch niet. Dus dan krijg je leuke gesprekjes zoals:
Man: “Hello mister, where are you?”
Rob: “I’m here!”
Man: “Oh, thank you.”

Het meest bijzondere is dat bijna iedereen met ons op de foto wil. We voelen ons net Bekende Nederlanders. Ook hier heeft iedereen tegenwoordig een smartphone en we horen langs de weg dan ook steeds “Foto, foto?” en dan stappen we altijd even van de fiets en poseren met ze. Wanneer je dan de arm om iemand heen legt, voel je dat ze heel zenuwachtig zijn. En wanneer we dan verder fietsen gaan vooral de jonge meisjes helemaal door het lint en horen we ze lachen en gillen dat het gelukt is. Dus tientallen malen per dag staan we langs de weg, in restaurants of hotels op de foto met jonge en oudere Indonesiërs en af en toe pakken we dan zelf ook even de camera.

21.08-02421.09-02921.10-06021.11-09721.12-15121.13-157In de stad Bagan Batu checken we in bij een hotel en staat er een vrouw achter ons die vraagt of ze ons aan het eind van de middag mag uitnodigen voor een kop koffie in een leuke coffee shop. Wij vinden dat een goed idee en Helen haalt ons om 16.30 uur op in haar grote auto en we rijden naar een café waar we op het terras een kop koffie drinken met een lekkere pisang goreng. Helen is 44 jaar en vrijgezel, ze heeft lang geleden zeven jaar in Canada gewoond en heeft nu een oliepalmplantage hier in de buurt. De reden dat ze ons heeft uitgenodigd is dat ze hier nooit ‘blanken’ ziet waarmee ze haar Engels weer kan ophalen.
De oliepalmplantages zijn hier ‘big business’, zij heeft 44 mensen in vaste dienst en zo’n 70 freelancers die ze kan oproepen bij grote drukte. Een vaste medewerker verdient 1.500.000 Rupiah (€ 90,–) per maand en ze betaalt daarnaast de medische kosten en de schoolkosten voor de kinderen. Nadat we de koffie op hebben, stelt ze voor om naar het huis van haar broer te gaan, zodat zijn kinderen ook hun Engels in de praktijk kunnen brengen.
Daar aangekomen zien we een kast van een huis met meerdere auto’s en motorbikes. We krijgen een rondleiding door de tuin en zien een badminton veld, veel fruitbomen, een bos met o.a. een boomhut van 4×5 meter en achterin de tuin een groot betegeld graf van hun moeder. Deze broer heeft ook een oliepalmplantage en is daarnaast politicus. Het gezin bestaat naast z’n vrouw uit twee kinderen, Jonathan van 17 jaar en Joanna van 13 jaar. De kinderen zijn ontzettend zenuwachtig omdat ze nooit met een buitenlander hebben gepraat. We stellen ze op hun gemak en na een tijdje wordt vooral Jonathan iets spraakzamer. We drinken en kletsen wat en na een tijdje komt ook moeders thuis.
We gaan met z’n allen dineren in een Indonesisch restaurant in de stad. Het is een eenvoudig openlucht bbq restaurant en met nog een paar vrienden zitten we met negen personen aan tafel. De vis en de kip van de barbecue zijn erg lekker en het is een gezellig etentje. Wij denken na het diner weer naar ons hotel gebracht te worden maar ze willen ons nog niet laten gaan. We rijden naar een groot winkelcentrum en de vrouw van de politicus koopt voor ons in de supermarkt een grote zak met verschillende soorten fruit. Daarna bieden ze ons op een terrasje nog een verse fruit juice aan. Wanneer we eindelijk naar de parkeerplaats gaan, lopen Jonathan en Rob voluit te kletsen met elkaar. Leuk om te zien dat hij nu helemaal relaxt is en veel meer vragen durft te stellen. Op de terugweg in de auto luisteren we naar muziek van de Koreaanse boy-band BTS, waar de kids helemaal idolaat van zijn. Rond 22.00 uur zijn we bij het hotel waar nog enkele foto’s worden gemaakt en wij even later doodvermoeid en met een volle buik in bed duiken.

21.14-03421.15-035Onze route gaat grotendeels verder langs ontelbare en oneindige oliepalm- en rubberboomplantages, verder door armoedige dorpjes en steden waar overal meerdere moskeeën staan.

21.16-02221.17-16121.18-06421.19-068Met 261 miljoen inwoners, waarvan meer dan 200 miljoen moslims, is Indonesië het grootste moslimland ter wereld. Er staan verdeeld over alle eilanden 800.000 moskeeën, variërend van kleine gebedshuisjes in de dorpjes tot immens grote moskeeën in de grote steden. Vanuit al die moskeeën worden de moslims vijf keer per dag opgeroepen tot het gebed. De eerste oproep horen we al om 5.00 uur en dat gaat de hele dag door. Een kleine rekensom geeft aan dat hier per saldo per 325 inwoners een moskee staat. Stel je eens voor dat in een dorp als Gaanderen, met 5.700 inwoners zeventien kerken zouden staan.

21.20-05521.21-03921.22-16021.23-16221.24-03021.25-079Het is hier in deze tijd enorm warm met rond de middag temperaturen rond de veertig graden. Tijdens het fietsen gutst het zweet uit onze porieën en we moeten geregeld stoppen om het vocht weer aan te vullen. In de meeste stadjes zijn altijd twee airco gekoelde supermarktjes: de Alfa Mart en de Indo Maret. Daar staan vaak enkele tafeltjes en stoeltjes zodat je er even kunt uitrusten met een koud drankje.

Indonesië staat natuurlijk bekend om zijn fantastische keuken. Dat ervaren wij hier gelukkig dagelijks. Overal kun je wel een lekkere nasi goreng eten of een bakso, gado-gado of saté.
Ook zijn er ontelbare Padang eethuisjes. Op borden, schoteltjes en schalen worden alle gerechten aan de straat tentoongesteld achter glas, zodat van buiten alvast te zien is wat op dat moment beschikbaar is. Witte rijst is dan de basis en er worden vele schaaltjes met vis, vlees en groenten voor je op tafel gezet. Achteraf betaal je alleen datgene dat je hebt opgegeten. Wij genieten hier enorm van het lekkere eten.

21.26-40021.27-04021.28-07421.29-098We verbazen ons iedere keer weer dat hier al zeer jonge kinderen op een bromfiets of scooter rijden. We hebben eens aan iemand gevraagd wat de minimum leeftijd daarvoor is. Ze keek ons aan met een verbaasd gezicht: Minimum leeftijd? Die is er niet. Dus wanneer je met de voeten bij de grond en met de handen aan het stuur kunt komen dan mag je hier gewoon op de openbare weg op een brommer rijden. Een helm is niet nodig.

Via onder andere Rantau Prapat en Kisaran fietsen we naar Medan en checken in bij het Kanashá Hotel, waar we een mooie schone airco kamer hebben en waar iedere ochtend een heerlijk Indonesich onbijtbuffet wordt geserveerd. Medan is toeristisch gezien geen hoogtepunt, we komen hier dan ook bijna geen andere toeristen tegen. De reden dat wij hier even willen blijven is omdat we ons visum moeten verlengen.
We wandelen door de stad en gaan bij het Tip Top Restaurant op de mooie open veranda met gemakkelijke stoelen zitten. Het restaurant is nog onveranderd sinds de oude koloniale tijd en ademt een relaxte sfeer uit. We drinken een koffie met een saucijzenbroodje(!) erbij. Vervolgens wandelen we door het centrale park Lapangan Merdeka en verder langs enkele koloniale panden zoals het Kantor Pos.

21.30-13621.31-10421.32-105De volgende dag vindt er dichtbij ons hotel een miss-verkiezing plaats. De meisjes moeten op een verhoogd podium voor de jury heen en weer paraderen. Wij kijken met verbazing naar meisjes in hele korte broekjes en rokjes en naar geheel bedekte moslim meisjes waar je alleen het gezicht van ziet, dat overigens wel flink is opgemaakt. De contrasten zijn erg groot maar ze dragen wel allemaal schoenen met zolen van wel 10 cm. en hakken van zo’n 20 cm. De meisjes in korte rokjes worden begeleid door hun moeders, die overigens wel volgens de moslim traditie zijn gekleed. Het lijkt ons voor de jury een lastige klus om een winnaar aan te wijzen. Wij wachten de prijsuitreiking echter niet af.

We bezoeken in Medan de Istana Maimoon. Dit paleis is in 1888 gebouwd door de Sultan van Deli. De buitenkant ziet er nog wel indrukwekkend uit maar binnen is de grandeur van vroeger ver te zoeken, al wandelen er wel mensen rond in mooie Indonesische kleding. Daarna gaan we naar de Grand Mosque Mesjid Raya, die Lucie alleen gesluierd mag betreden. Het is een grote en indrukwekkende moskee met een vervallen kerkhof er omheen.

21.33-11321.34-12321.35-13521.36-127Vanaf de 15e dag in Indonesië kunnen we ons dertig dagen visum verlengen tot zestig dagen. We zijn er niet gerustgesteld op of dat gaat lukken. Zo niet, dan wordt onze fietsroute hier een stuk korter. We moeten wel oppassen dat het ons niet vergaat zoals we eens in de jaren tachtig, op een feest in Limburg hoorden, tijdens een optreden van buutreedner Pierre Cnoops. Dat ging ongeveer als volgt:
Een man wil bij een gemeentewerker verderop in de straat even een schop lenen. Hij denkt “Hij zal die schop toch wel even uitlenen? Maar als hij dat niet wil dan?” Hij loopt ernaar toe en denkt nog steeds “Waarom zou ik die schop niet even mee krijgen”. Hij blijft er maar over twijfelen, komt vervolgens bij de gemeentewerker en zegt, voordat hij maar iets heeft gevraagd en de ander maar iets heeft gezegd: “En verrek nu ook maar met je schop”.

We hebben de benodigde kopieën en documenten, waaronder een uitreisticket uit Indonesië, meegenomen, worden snel en vriendelijk geholpen, vullen uitgebreide formulieren met de verplichte zwarte pen in en dan is het wachten. Volgens de formulieren moeten we een sponsor hebben maar die hebben we niet en de hokjes daarvoor op het formulier hebben we open gelaten. Na een spannend kwartiertje krijgen we een document en het verzoek om de kosten van het visum te storten bij een bank verderop in de stad. Wat een opluchting. Over de sponsor wordt gelukkig niet gesproken. De volgende ochtend moeten we terugkomen bij de Imigrasi voor het maken van pasfoto’s, een elektronische handtekening en vingerafdrukken van alle tien vingers. Dezelfde middag moeten we er voor de derde keer naar toe en kunnen we de paspoorten met het verlengde visum ophalen. Indonesië wil graag het toerisme in het land stimuleren en uitbreiden maar ze maken het de toeristen wel erg lastig om er langere tijd te verblijven.

21.37-139‘s Avonds wandelen we naar een straatje niet ver uit de buurt met allemaal restaurantjes en tafeltjes op straat. We gaan er Koreaans barbequen. We krijgen een gasstel met plaat op tafel en een grote schaal met dun gesneden en gekruid varkensvlees. We denken, daar zijn we nog wel even mee bezig maar dan komt er een jongen aan die ons helpt en in een mum van tijd al het vlees gaar heeft. We drinken er voor het eerst in Sumatra weer alcohol: een koud biertje Bintang. Lekker. Sinds 2015 mogen winkeltjes in Indonesië, behalve op Bali, geen alcohol meer verkopen. Het is alleen nog te verkrijgen in hele grote supermarkten en sommige restaurants en waarschijnlijk zal er wel een zwarte markt voor zijn.

Vanuit Medan fietsen we in drie dagen via Tebing Tinggi en Pematangsianter naar het Toba meer. We zien onderweg veel marktjes, rijstvelden, oliepalm- en rubberboomplantages. Bijzonder is dat veel graven hier lukraak in de rijstvelden of pal naast de woning staan.

21.38-14721.39-14821.40-16521.41-15221.42-16921.43-163We komen nu in het gebied van de Bataks waarvan vooral de bijzondere bouwstijl van hun huizen opvalt. De paalwoningen hebben hoge daken die sikkelvormig zijn en met de punten aan de voor- en achterzijde naar boven wijzen. Kleinvee, zoals kippen en varkens, leeft onder het huis en het bovenste deel wordt door de mensen bewoond. Tegenwoordig leven hier nog zo’n zes miljoen afstammelingen. De Bataks waren ooit bergstammen uit Noord Thailand en Myanmar die daar zijn verdreven door de Mongolen en Siamezen. Ze hebben zich toen gevestigd rond het Toba meer en zijn later door Europese missionarissen bekeerd tot het protestantse christendom. In dit gebied zien we daardoor ook meer kerken dan moskeeën.

21.44-18021.45-174Het Toba meer is het grootste meer van Zuidoost Azië en in het midden ervan is door een vulkanische eruptie, zo’n 30.000 tot 75.000 jaar geleden, het eiland Samosir ontstaan. Het is een prachtig gebied met mooie uitzichten over het meer en de omliggende bergen. Het toerisme concentreert zich in Tuk Tuk, het grootste plaatsje van het eiland. Hier zijn ontelbare hotels, guesthouses en restaurants die naar onze mening allemaal een marginaal bestaan leiden. Eens was het de ‘place to be’ voor reizigers, maar het lijkt nu door de toeristen te zijn vergeten.
Wij gaan met een bootje over het Toba meer naar Tuk Tuk en komen terecht bij een guesthouse met vier eenvoudig huisjes in een mooie tuin direct aan het meer. Het is er heerlijk relaxt en een prachtige plek om even de wereld aan je voorbij te laten gaan.

21.46-18821.47-19321.48-23421.49-236Vanuit ons guesthouse maken we natuurlijk een fietstochtje in de nabije omgeving. In het dorpje Tomok bezoeken we het graf van Batak King Sidabutar. Via een smal straatje, zonder toeristen maar met honderden souvenir stalletjes, komen we bij het graf van de koning die het Christendom adopteerde. In het dorpje Ambarita bekijken we de 300 jaar oude Stone Chairs die omgeven zijn door traditionele Batak woningen. Op de Stone Chairs werd vroeger door de dorpelingen recht gesproken waarna vervolgens de gevangenen werden gemarteld en/of gevangen gezet. Over een mooi heuvelachtig weggetje gaat het weer terug naar ons huisje.

21.50-19621.51-20621.52-22921.53-225De komende week gaan we vanaf Samosir eiland met de boot naar Balige en fietsen verder naar het zuiden richting Bukittinggi.

21.54-0167