25-09-2017 Huánuco (Peru)


Geen pieken zonder dalen

Na een aantal weken rust zijn we weer terug in het zadel en fietsen vanuit Cusco in drie dagen via Limatambo en Curahuasi naar Abancay. Het is mooi weer en de korte broeken worden onderuit de tas gehaald. Het is een prachtige route met veel klimmen en dalen waarbij we ondermeer afdalen tot een hoogte van 1.900 meter en weer moeten klimmen naar boven de 4.000 meter. We hebben te laat in de gaten dat op deze geringe hoogte kleine lastige steekvliegjes actief zijn. Ze nemen vooral de achterkant van onze armen en benen te pakken. We zijn samen wel honderd keer gestoken en pakken als mosterd na de maaltijd de Deet uit de tas om de armen en benen alsnog te beschermen tegen verdere beten. De volgende dag trekken we de lange broek en een shirt met lange mouwen aan.

015.01015.02015.03015.04Abancay is een stad zonder echte bezienswaardigheden maar we vinden een mooi hotel en blijven er drie nachten. Tijdens een rustdag in een wat grotere stad vinden we vaak wel een wasserette, zodat we met schone kleding de tocht kunt vervolgen. Wanneer we ‘s ochtends de was wegbrengen, kunnen we deze meestal dezelfde avond weer ophalen. We genieten van de twee rustdagen en wandelen door de drukke stad. We zien dat de gevangenis zich midden in de stad bevindt. ‘s Ochtends staat er een lange rij vrouwen, die hun man of vader gaan bezoeken. Ze hebben tassen met voedsel bij zich. In veel steden in Zuid Amerika stonden vroeger de gevangenissen in het centrum van de stad maar deze zijn in de loop der jaren veelal verhuisd naar een afgelegen plek buiten de stad.

015.05015.06Vanuit Abancay gaat onze route verder via Huancarama en Kishuara naar Andahuaylas. De eerste dag maken we 1.709 hoogtemeters, zoveel hebben we er nog nooit gemaakt in één dag. Na 55 kilometer kunnen we Abancay nog steeds zien liggen. Hemelsbreed is het ook niet eens zo ver maar dat komt door al die haarspeldbochten en kronkelige wegen.
De accommodaties onderweg stellen meestal niet zo veel voor. In Kishuara komen we in een uit leem opgetrokken hostal terecht op een ‘kamer’ met scheve en doorgezakte bedden, waar we onze matjes en kussens opblazen, deze op het bed leggen, we in de slaapzak kruipen, de ogen dicht doen en maar niet meer rondkijken…. Het alternatief is wildkamperen maar omdat het hoog in de bergen ‘s nachts wel erg koud is, proberen wij bij voorkeur een hostal te vinden. Het voordeel is dat we meestal zo moe zijn, dat we toch wel slapen. ‘s Ochtends voordat we vertrekken zetten we op de ‘kamer’ nog even koffie en bakken we een paar eieren voor het ontbijt.

015.07015.08015.09015.10Onderweg ontmoeten we op de top van een 4.150 meter hoge pas een Noors stel dat met een huurauto een week door Peru reist en daarna nog twee weken door Chili. Ze rijden gemiddeld vijfhonderd kilometer per dag. Ze vertellen welke route ze nemen en denken dat ze aan het eind van hun vakantie wel 10.000 kilometer op de teller hebben staan. Ja, zo kan het ook als je niet veel tijd hebt…..

015.11In Andahuaylas vinden we een leuk hotelletje en blijven er twee nachten. ‘s Ochtends gaan we naar een cafeetje in de buurt en nemen koffie met gebak.

Even later zien we een boekenstal en kopen er een Sudoku boekje. De aardige wat oudere verkoper spreekt Engels en een beetje Duits. Hij vertelt ons veel over zijn leven in deze stad. De rust wordt even verstoord door een demonstratie van leraren. We hebben inmiddels in veel steden al demonstraties van leraren meegemaakt. We weten niet of het toeval is dat wij dan juist daar zijn of dat er in heel Peru overal gestaakt wordt. De verkoper zegt dat ze meer salaris willen, ze verdienen nu € 350,– per maand en dat moet worden opgeschroefd naar € 500,–. Zelf werkt hij al meer dan 40 jaar in deze boekenstal, die niet van hemzelf is, en hij verdient € 240,– per maand.
Hij is tevreden en het meest belangrijke is volgens ons dat hij nog steeds plezier in zijn werk heeft. Wanneer we vragen of we een foto van hem mogen maken, ontroert hem dat.

 

Vanuit Andahuaylas fietsen we in vier dagen via Nueva Esperanza, Uripa en Ocros naar de grote stad Ayacucho. De route gaat weer over twee passen van boven de 4.000 meter, na eerst weer afgedaald te zijn tot beneden de 2.000 meter. Het zijn klimmen van meer dan 50 kilometer. Dat is wel stevig fietsen maar de uitzichten op de gefietste slingerende bergwegen en de omliggende bergen maken veel goed. In het dorpje Nueva Esperanza slapen we weer in stoffig lemen gebouwtje dat een bordje met ‘Hostal’ voor de gevel heeft gehangen. Maar in Uripa komen we terecht in een nieuw, groot en strak hotel met een prachtige kamer.

015.12015.13015.14015.15
De laatste fietsdag naar Ayacucho is met 101 kilometer en 1.638 hoogtemeters een lange en vooral voor Lucie een vermoeiende dag. We fietsen over kleine bergweggetjes, door eenvoudige dorpjes en langs veel keuterboertjes. Om 18.00 uur wordt het hier donker en de laatste kilometers fietsen we, tegen onze principes in, nog door het donker en stoppen daarom in Ayacucho maar bij het eerste hostal dat we tegenkomen.

015.16015.17De volgende morgen fietsen we nog vier kilometer naar het drukke centrum en vinden een hostal in een oud koloniaal gebouw waar we vijf dagen blijven. Het is lekker om hier even bij te komen en de spieren even rust te gunnen van al het klimmen door de bergen in de afgelopen dagen. Ayacucho, ofwel de “Ciudad de las Iglesias” (stad van de kerken), heeft niet minder dan 33 kerken. We bekijken er een klein aantal, waarvan sommigen rijk en mooi zijn ingericht en anderen soms zeer sober zijn. Ook heeft Ayacucho een leuke binnenstad met een prachtige groene Plaza de Armas waaraan zich leuke restaurants bevinden.

015.18015.19015.20015.21Vervolgens fietsen we vanuit Ayacucho in vijf dagen naar de grote stad Huancayo. Als we de eerste dag op weg zijn en weer een berg beklimmen krijgt Lucie maagklachten en diarree. Alle kracht verdwijnt in de loop van de dag uit haar benen en moeizaam en na veel uren fietsen, bereiken we die dag toch nog de stad Huanta. Rob is inmiddels snipverkouden geworden dus we zieken beiden een paar dagen uit in deze stad. We hebben een simpel hostel naast de kerk aan de Plaza de Armas, We horen ieder kwartier de kerkklokken luiden en kunnen de woorden van de pastoor in de dagelijkse missen volgen vanuit onze kamer. Op zondagmorgen bekijken we er nog een aandoenlijke optocht met een muziekkorps en groepen drie- en vierjarige kinderen die gekleed zijn in mooie uniformpjes en die op school hebben geleerd hoe ze moeten marcheren.

015.22015.23015.24015.25De Peruaanse mannen zijn over het algemeen vriendelijke, rustige mensen en hebben alle tijd van de wereld. Echter op het moment dat ze achter het stuur van een tuk-tuk, auto, vrachtauto of bus stappen, verandert dat onmiddellijk. De hand gaat op de claxon, de voet geeft plankgas, spiegelen doen ze niet en het is alsof ineens iedere seconde telt. Er wordt ingehaald in onoverzichtelijke bochten, bij verkeerslichten beginnen vooral diegenen die achteraan in de rij staan al te toeteren als het licht nog amper op groen staat en als het kan rijden ze alvast op de linker weghelft naar de kruising. Tijdens het fietsen wordt er door ieder achterop komend voertuig naar ons getoeterd. Dat is soms verwarrend want we weten niet waarom ze toeteren. Is het omdat wij aan de kant moeten, willen ze laten weten dat ze eraan komen of willen ze gewoon even die gringo’s begroeten? Die term klinkt overigens wel leuk. Wanneer de kinderen ons in de verte zien aankomen, beginnen ze al te roepen: ‘Gringo’s, gringo’s’. En de ouderen begroeten ons onderweg vaak met: ‘Buenos dias gringo, gringa’.

Na Huanta fietsen we een aantal pittige maar prachtige dagen stroomopwaarts langs de Rio Mantaro. De route gaat over een smal bergweggetje dat soms vlak langs de rivier gaat en soms honderden meters erboven in de bergen is uitgesneden. Steeds is er een steile afgrond en we houden ons hart vast hoe hard sommige auto’s over deze kronkelige en vaak slechte wegen racen.
Overal in Peru staan aan de kant van de weg herdenkingsmonumentjes voor verkeersslachtoffers. Je wordt er nooit vrolijk van om deze te zien. En zeker hier in de bergen met de vele onoverzichtelijke bochten staan er echt heel veel….

015.26015.27015.28015.29015.30015.31015.32015.33Ook tijdens deze route komen we weer andere fietsers tegen. Een bijzondere ontmoeting is wel de twee Franse vrouwen met vier kinderen in de leeftijd van ongeveer vier tot tien jaar, die we ontmoeten in een hotelletje in La Esmeralda. Ze zijn net een week onderweg met vijf fietsen, waarvan één Pino, waar de jongste voorop kan zitten. Ze hebben drie nachten wild gekampeerd en zijn blij dat ze in het hotelletje even (koud) kunnen douchen. Ze willen een jaar lang fietsen in Zuid-Amerika en Azië. Met verbazing vragen wij ons af hoe ze dat praktisch allemaal regelen met die kleine kinderen maar gelukkig is dat ons probleem niet.

015.34Peru staat er onder de fietsers om bekend dat je veel last hebt van agressieve honden. Dat hebben wij natuurlijk ook ervaren. Er zijn hier zowel in de stad als op het platteland enorm veel honden. Zeker buiten de stad heeft ieder huishouden wel één of meerdere honden. Het is vaak wisselend hoe de honden reageren wanneer we voorbij fietsen.
Soms blijven ze rustig liggen maar geregeld hebben we ook wel vier agressief blaffende honden achter ons aan, die ook nog even willen laten zien dat ze een mooie bek vol tanden hebben.
Rob gebruikt veelvuldig zijn paraat hangende wandelstok om honden die te dichtbij komen een mep te geven. Vaak is het in de lucht houden van de stok al voldoende om de honden af te schrikken. Daarnaast wil het gebruik van Achterhoeks verbaal geweld ook wel helpen.

Tussen 1870 en 1908 werd er van Lima naar Huancayo door zo’n tienduizend arbeiders een spoorlijn aangelegd. De helft van de arbeiders waren Chinezen, de oorsprong van Peru’s hedendaagse Chinese gemeenschap. Wij vinden het wel fijn dat er in Peru zoveel Chinezen wonen want wij zijn niet zo gecharmeerd van de Peruaanse keuken. Onderweg in de kleinere plaatsen is het altijd soep, kip met lauwe witte rijst met kleffe patat of een aardappel erbij. In de wat grotere plaatsen zijn de meeste restaurants Pollaria’s, dat wil zeggen dat je kip van de grill krijgt en daarbij kunt kiezen uit een 1/8, een 1/4, een 1/2 of een hele kip met veel patat. Daarnaast zijn er vaak nog pizzeria’s. Met name in Huancayo zijn veel Chinese restaurants omdat daar na de voltooiing van de bouw van de spoorlijn veel Chinezen zijn blijven hangen. Irritant is overigens dat in ieder restaurant in Peru steevast één of meerdere grote breedbeeld televisies hangen waarbij het geluidsvolume vaak oorverdovend is.

015.35015.36We blijven een paar dagen in de grote stad Huancayo die overigens niet erg bezienswaardig is. We hebben er een leuk hotel in het centrum, kunnen weer even uitrusten, de was laten doen, wat klungelen, lekker eten van de buffetten bij de supermarkt PlazaVea en zien geregeld een optocht door de stad trekken.

015.37015.38Vanuit Huancayo fietsen we in vijf dagen naar de volgende grote plaats Huánuco. We klimmen de eerste dagen langzaam steeds hoger, fietsen zo’n honderd kilometer over een hoogvlakte van 4.100 meter met geel, boomloos grasland en veel grazende lama’s en vicuna’s. Via een pas van 4.395 meter dalen we uiteindelijk in ruim 100 kilometer af naar Huánuco op 1.880 meter hoogte. We fietsen inmiddels alweer zo’n zeven maanden door het Andes gebergte en van het fietsen op grote hoogte hebben we eigenlijk geen last meer. In de eerste maanden hadden we nog wel eens momenten van kortademigheid maar dat is nu helemaal over. Wel is het op grote hoogte ‘s avonds en ‘s nachts flink koud en liggen we met de muts op in onze slaapzakken op bed.

We fietsen over een drukke weg met veel vrachtverkeer vanwege de vele mijnen in deze omgeving, dit is de grootste bron van inkomen in Peru. Hele bergen worden afgegraven vanwege de exploitatie van lood, zink, zilver, koper en goud. In La Oroya waar we verblijven staat een gigantisch industrieel complex om de grondstoffen te verwerken en het is één van de armste en meest vervuilde steden van het continent.

015.39015.40015.41015.42015.43015.44015.45015.46015.47

 

 

 

Wanneer we rond de middag in het kleine dorpje Colquijirca stoppen bij een restaurantje voor de lunch zien we daar twee bepakte fietsen tegen de muur staan. We ontmoeten Ville & Kristen Jokinen (www.welostthemap.com). Ville komt oorspronkelijk uit Finland en is getrouwd met Kristen uit Oregon USA en ze fietsen van Alaska naar Ushaia en daarna wellicht nog verder door andere landen. We lunchen gezellig samen en zitten ondertussen wel een uur te kletsen over onze fietsreizen en wisselen veel tips uit.

 

 

 

Bij het binnenfietsen van Huánuco is het druk en één en al hectiek. We vinden een hostal dichtbij het centraal gelegen Plaza de Armas en wanneer we hier  ‘s avonds rond wandelen blijkt het een verrassend leuk centrum te hebben. Het klimaat is aangenaam, de inwoners wandelen luchtig gekleed door de winkelstraatjes en over de Plaza en we zien hier veel coffee shops, gezellige cafeetjes en zelfs terrasjes. Daarom gaan we hier maar even een paar dagen genieten voordat we weer verder fietsen.

Net als het fietsen in de Andes bevat ons leven tijdens deze reis veel meer pieken en dalen. In Nederland verloopt alles letterlijk en figuurlijk toch wat vlakker, terwijl het leven nu veel meer ups en downs heeft. Het is regelmatig zwaar fietsen, de wind zit meestal tegen en het is soms erg koud en soms bloedheet, het eten is niet altijd hygiënisch en lekker en de accommodaties zijn soms slecht en vies. Anderzijds hebben we weinig verplichtingen, kunnen doen en laten wat we willen, fietsen door prachtige gebieden en zien mooie natuur, eten de lekkerste buitenlandse gerechten, hebben veel contact met lokale mensen en andere reizigers, slapen in leuke en sfeervolle accommodaties, zien prachtige culturen, maar bovenal ervaren we een enorme vrijheid.015.48