18-06-2017 La Paz (Bolivia)


Met de fiets, op het paard en in de bus door Bolivia

Het is feest in Villazon, het stadje aan de grens tussen Argentinië en Bolivia. Vanuit onze kamer horen we deze dagen geregeld de schutterij en andere muziekkorpsen voorbij trekken. Ook zien we ‘s avonds verschillende lampion optochten en op vrijdag is er een grote optocht met muzikanten, marjoretten en schoolkinderen. Vrijdagavond laat zijn er optredens van artiesten op een groot podium en er zijn duizenden mensen op de been. De lucht is blauw van de rook van de vele bbq’s die op het grote plein staan. We luisteren naar de openingsact van een lokale amateur in klederdracht met gitaar die vals speelt en zingt. Vanwege de extreme kou lopen we al snel terug naar het hotel. Pas ‘s ochtends om 5.00 uur horen we de slot akkoorden van de live muziek. We weten niet precies wat er wordt gevierd maar de hoteleigenaar legt ons uit dat het de verjaardag van de stad is. Na wat googelen komen we erachter dat de stad CVll jaar bestaat. Volgens ons is 107 jaar toch niet echt een kroonjaar dus waarschijnlijk vieren ze hier ieder jaar dat hun stad is opgericht in 1910.

012.01 Villazon

012.02 VillazonVillazon is een kleurrijke en aangename stad met veel eetgelegenheden, marktjes, parken en pleinen. Ook lopen er veel traditioneel geklede vrouwen met een hoedje waar altijd twee lange zwarte vlechten onderuit komen. We weten dat de meeste Boliviaanse vrouwen liever niet gefotografeerd willen worden. Zij denken dat er dan een stukje van hun ziel wordt meegenomen en omdat wij dit niet op ons geweten willen hebben, respecteren we dat. Omdat het kwik hier vroeg in de ochtend daalt naar -5°C kopen we op de markt beiden een gebreide Boliviaanse muts en een paar extra warme handschoenen.

012.03 Villzon

012.04 VillazonNa vier dagen Villazon stappen we zaterdagmorgen weer op de fiets. Het is hier flink koud op ruim 3.400 meter en met ook nog een enorm strakke tegenwind is het zwaar fietsen. De omgeving is echter mooi en we komen langs kleine eenvoudige dorpjes en zien prachtige bergen en rotspartijen.

012.05 Villazon

012.06 TupizaAls we aankomen in Tupiza checken we in bij Hostel Butch Cassidy. En wat schertst onze verbazing, een dag later arriveren in dit hostel ook Bas en Eva, die we een maand geleden in Argentinië hebben ontmoet. We boeken met z’n vieren een paardrijtocht door hetzelfde gebied waar Butch Cassidy & the Sundance Kid ooit de omgeving onveilig hebben gemaakt. Het is een tocht door een onvoorstelbaar mooi landschap en we genieten ervan om na maanden ons stalen ros even te ruilen voor een paard.

012.07 Tupiza

012.08 Tupiza

 

 

 

 

 

 

012.09 Tupiza012.10 TupizaDe meesten van onze generatie kunnen zich ongetwijfeld de Amerikaanse western Butch Cassidy and the Sundance Kid (1969) herinneren, met in de hoofdrollen Robert Redford en Paul Newman. Deze film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal dat zich in deze omgeving heeft afgespeeld.012.11 Butch Cassidy Sundance Kid

De legendarische Butch Cassidy & the Sundance Kid kwamen in augustus 1908 naar Zuid Bolivia en overvielen geregeld een bank om hun pensioen te financieren. Ze hoorden hier van een slecht beveiligd geldtransport van Tupiza naar Quechisla.
Op 4 november 1908 werden de transporteur Carlos Peró en zijn 10 jarige zoon in de bergen overvallen en ontdaan van hun ezel en US$ 90.000,–. Er werd daarna jacht op hen gemaakt en op 6 november 1908 werden ze in San Vincente omsingeld in hun hotel. Er volgde een vuurgevecht waarbij Butch een soldaat dood schoot en Sundance door een kogel levensgevaarlijk werd verwond. Ze begrepen dat ontsnappen onmogelijk was. Butch eindigde het leven van Sundance door een schot tussen z’n ogen en schoot daarna een kogel door zijn eigen hoofd. Carlos Peró identificeerde de lichamen als van de mannen die hem hadden overvallen. Ze werden begraven op het lokale kerkhof.
Niettemin waren er daarna geruchten dat Butch en Sundance waren teruggekeerd naar de USA. In 1991 heeft een team onder leiding van de forensische antropoloog Clyde Snow het graf van de bandieten open gelegd en het enige lichaam dat erin lag bleek van de Duitse mijnwerker Gustav Zimmer te zijn.…

Na vijf dagen vertrekken we uit het afgelegen Tupiza richting Uyuni. We weten dat de hele weg van ruim 200 kilometer onverhard is. Wat we echter niet weten is dat we vanwege wegafsluitingen en wegwerkzaamheden door rivierbeddingen moeten fietsen, telkens een stuk door het water en vervolgens berg op en berg af, met de hele dag een strakke tegenwind in het gezicht met heel veel stof happen door alle auto’s, bussen en vrachtwagens die hier ook rijden. Natuurlijk speelt dan ook nog mee dat we op grote hoogte fietsen. Kortom na 6,5 uur zijn we slechts 30 kilometer verder en Lucie is helemaal kapot. Op deze manier doorgaan heeft niet veel zin meer en Rob stelt voor om terug te fietsen. We draaien ons om en fietsen vervolgens met de wind in de rug in ruim twee uur dezelfde route terug naar het hostel in Tupiza.

012.12 Tupiza - Salo

012.13 Tupiza - Salo012.15 Tupiza - Salo012.14 Tupiza - SaloWe blijven drie nachten in het hostal en beraden ons intussen hoe we verder moeten gaan. Lucie is al een aantal weken erg verkouden en knapt niet echt op. Ze heeft inmiddels ook geen zin meer in eten, omdat ze het amper kan wegkrijgen en ze verzwakt steeds meer. Omdat fietsen er nu even niet in zit, besluiten we de bus te nemen naar het 260 kilometer noordelijker gelegen Potosí. De fietsen kunnen onderin de bus.
We vinden daar een leuk hostal in een gerenoveerd 18e eeuws koloniaal huis met een mooie binnenplaats. Daar aangekomen pakken we onze EHBO-kit erbij en begint Lucie met medicatie. Gelukkig slaat het aan en knapt ze binnen een paar dagen zienderogen op. Rob wandelt deze dagen af en toe alleen door de stad. Zo ziet hij voor het politiebureau allemaal zakjes, die op de weg zijn uitgestald. Het blijkt dat de politie 75,5 kilo cocaïne heeft onderschept en dit succes aan de gemeenschap wil laten zien. Er staat een foto bij van de vier mannen die zijn aangehouden en van de betreffende auto’s.

012.16 La Casona Potosi

012.17 PotosiPotosí ligt op 4.090 meter hoogte en is volgens de reisgidsen de hoogst gelegen stad ter wereld. We zijn langzaamaan al wel redelijk aan de hoogte gewend maar bij flinke inspanningen hebben we soms wat last van kortademigheid. Het is een aardige stad maar de verscheidenheid en de kwaliteit van de restaurants in Potosí is net zo dun als de lucht hier. Het draait hier allemaal om pizza’s, hamburgers, kip en frites. Een uitzondering is “Restaurant 4060” met een wat meer Westerse menukaart. Het getal 4060 heeft hier betrekking op de hoogte waarop het restaurant is gelegen.

Potosí dankt zijn ontstaan aan de ontdekking van zilvererts in de Cerro Rico (Rijke Berg) in 1544. Het zilvererts werd direct op grote schaal ontgonnen, om als zilver naar Spanje te worden verscheept. Zeer waarschijnlijk is een groot deel van de ‘Zilvervloot’, die Piet Hein op de Spanjaarden buit maakte, uit Potosí afkomstig. De bevolking steeg naar bijna 200.000 zielen en de stad werd met zijn vele kerken een van de grootste en rijkste van Zuid-Amerika. Er werd zelfs een Munthuis opgericht, de ‘Casa de Moneda’, om het zilver ter plaatse tot munten te slaan.

012.18 Cerro Rico

012.19 Casa de MonedaGedurende de eerste helft van de 19e eeuw trad het verval van de stad in: veel rijkdommen werden naar Europa verscheept. De bevolking van Potosí nam af tot minder dan 10.000. Tegen die tijd waren ook de mijnen van de Cerro Rico bijna uitgeput. De val van de zilverprijs in het midden van de 19e eeuw, gaf de economie van Potosí de genadeslag. In de jaren 1980 werden alle staatsmijnen gesloten en gingen de mijnwerkers over op een systeem van coöperaties, waarbij de mijnwerkers onder zelfbestuur en onder erbarmelijke omstandigheden voor stukloon werken. Het erts wordt gewonnen en verwerkt tot een poeder van zink, lood en zilver, dat geëxporteerd wordt. Naast de mijnbouw heeft Potosí geen andere industrie. De stad wordt steeds afhankelijker van het toerisme en sommige mijnwerkers verdienen wat bij door toeristen rond te leiden in de mijnen.

De mijnen bezoeken we niet, we gaan wel naar het museum Casa de Moneda, waar we een interessante rondleiding krijgen. We wandelen met een gids door het grote museum midden in de stad en we zien in de vitrines de zilveren munten en voorwerpen uit de rijke periode van deze stad. Verder wordt ons veel verteld over de geschiedenis van het ontstaan van de zilveren munt.

012.20 Casa de Moneda

012.21 Casa de MonedaNa vier dagen in Potosí maken we met de bus voor een lang weekend een citytrip naar Sucre. De fietsen en een groot deel van de bagage laten we achter in het hostel in Potosí. Sucre is de officiële hoofdstad van Bolivia en volgens de reisgidsen één van de mooiste historische steden van Zuid-Amerika. Het is een compacte stad, met een historisch centrum dat tot het Unesco erfgoed behoort. De stad heeft als bijnaam La Ciudad Blanca, wat witte stad betekent. Reden hiervan zijn de hoeveelheid witte huizen, kerken en paleizen. Omdat het lager gelegen is (2.900 mtr.) is de temperatuur er ook veel aangenamer. We kunnen weer zonder jas naar buiten! We wandelen veel en bezoeken verschillende mooie gebouwen in de stad. We ontdekken er een Chinees restaurant waar we drie keer gaan eten. En we vinden een leuke koffietent met heerlijk appelgebak dus de kilootjes komen er weer bij en Lucie is weer helemaal aangesterkt.

012.22 Sucre

012.23 Sucre012.25 Sucre012.24 SucreVanuit Sucre bezoeken we de grote zondagsmarkt in het dorpje Tarabuco. Naar deze markt komen, naast een aantal toeristen, de mensen van heinde en ver om hun wekelijkse inkopen te doen. Er lopen veel mannen en vrouwen in traditionele kleding rond.

012.26 Tarabuco012.27 Tarabuco012.28 Tarabuco012.29 Tarabuco

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer we terugkomen in het hostel in Potosí blijken Bas en Eva daar ook te zijn gearriveerd. We ontmoeten elkaar inmiddels voor de derde keer en dat is steeds weer gezellig. Zij komen vanuit Uyuni, dat ons volgende doel is. De fietstocht van Potosí naar Uyuni is zo’n 220 km, en er moeten in dit stuk meer dan 3.000 hoogtemeters worden geklommen.

Omdat we hier op de Altiplano fietsen, een hoogvlakte tussen 3.400 en 4.200 meter, is het meestal erg koud en winderig. We hebben helaas de pech dat we constant tegenwind hebben. ‘s Ochtends fietsen we weg met een temperatuur van -6°C en in de loop van de dag stijgt deze tot 10°C. Door de wind blijft echter de gevoelstemperatuur erg laag. De route is daarom erg pittig maar de omgeving is zo onvoorstelbaar mooi, dat we er ondanks de krachtinspanningen en de kou enorm van genieten.

012.30 Potosi-Uyuni

012.31 Potosi-Uyuni012.33 Potosi-Uyuni012.32 Potosi-Uyuni012.35 Potosi-Uyuni

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

012.34 Potosi-Uyuni

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het woestijnstadje Uyuni heeft veel winkeltjes, restaurantjes en hostels maar is verder een stoffige oninteressante stad met honderden backpackers, enorme aantallen Toyota Landcruisers, tientallen motorrijders en slechts een paar fietsers. De backpackers worden, keurig verpakt in de Toyota Landcruisers, rond gereden naar de omliggende bezienswaardigheden. We hebben tijdens onze reis trouwens nog nooit zoveel backpackers gezien dan in Bolivia. Waarschijnlijk komt dat omdat je hier gemakkelijk en goedkoop met de bus kunt rondreizen, de accommodaties niet duur zijn en Bolivia een zeer kleurrijk land is met een mooie cultuur.

In Uyuni, dat op 3.650 meter hoogte ligt, gaan we naar een hostel waar het weer erg koud is. We zitten op de derde verdieping en ‘s ochtends staan de ijsbloemen op de ramen van onze kamer. We dragen in Bolivia bijna 24 uur per dag onze mutsen. Meestal gaan de mutsen alleen even af wanneer we ons douchen maar omdat hier niet altijd warm water is (leiding bevroren of lauw straaltje uit de elektrische douchekop), slaan we de douchebeurt geregeld over. In de ontbijt ruimte zorgt een grote gasbrander ervoor dat het nog een beetje draaglijk is.

Wanneer we ‘s ochtends de stad Uyuni uit willen fietsen komen we Pim en Ellen tegen, die van Ushuaia naar Alaska fietsen. Altijd leuk om even ervaringen uit te wisselen, ook al omdat Lucie hun verhalen via de website volgt. Daarna fietsen we eerst zo’n drie kilometer naar de rand van de stad naar het grootste en merkwaardigste treinenkerkhof ter wereld, de Cementerio de Trenes de Uyuni. Hier staan lange rijen stalen giganten die geteisterd worden door de zoute winden. Uyuni was ooit een belangrijk spoorwegknooppunt dat verschillende steden met elkaar verbond maar doordat de mijnen rond 1940 uitgeput raakten werden de treinen simpelweg achtergelaten en zo ontstond het kerkhof.

012.36 Treinen kerkhof

Vervolgens fietsen we verder naar het ruim 20 kilometer verder gelegen Colchani en overnachten daar in een eenvoudig zouthostel, waar alle wanden, bedden, tafels en bankjes zijn opgebouwd uit zoutblokken. Toevallig arriveren er even later nog twee (Avaghon) fietsers, Njal en Roosmarijn uit Amsterdam, die ook van Ushuaia naar Alaska willen fietsen. ‘s Avonds kletsen we gezellig samen in de kou.

012.37 Colchani

012.38 ColchaniDe volgende morgen fietsen we met z’n tweeën de grootste zoutvlakte ter wereld op: de Salar de Uyuni. Deze zoutvlakte is ongeveer even groot als de provincies Groningen, Friesland en Drenthe bij elkaar en bevat naar schatting zo’n 10 miljard ton zout. Jaarlijks wordt er slechts zo’n 25.000 ton weggehaald. De betonharde vlakte is tussen de 2 en 7 meter dik. De grootste, door Bolivia nog onontgonnen rijkdom, ligt echter onder het oppervlak, namelijk lithium. Er wordt geschat dat dit ongeveer 75% van de wereldvoorraad, ofwel 9 miljoen ton is.

Voor ons is het heel onwerkelijk om hier te fietsen want elk perspectief verdwijnt en zelfs na uren fietsen komen de bergen in de verte niet dichterbij. Door het ontbreken van dit perspectief kun je ook leuke aparte foto’s maken. Op veel plekken in Bolivia zie je borden en standbeelden van de Dakar Rally, zo ook hier want de Dakar karavaan heeft in 2016 ook op de Salar de Uyuni gereden en ze hebben er alle vlaggen van de deelnemende landen achtergelaten.

012.39 Salar de Uyuni

012.40 Salar de Uyuni

 

 

 

 

 

 

 

012.42 Salar de Uyuni012.41 Salar de Uyuni

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug in Uyuni fietsen we weer naar hetzelfde hostel en we overleggen hoe de route voor ons verder gaat. Alhoewel het nu het goede seizoen is om hier te fietsen, vinden wij het eigenlijk veel te koud en met die harde noorden tegenwind gaat de zin er voor het komende stuk op de Altiplano wel een beetje af. We besluiten om de bus te nemen naar La Paz. Dat scheelt ons 550 kilometer door de kou en tegen de wind in fietsen. Een ticket is zo geregeld, we vertrekken 15 juni om 20.00 uur en arriveren 16 juni om 5.00 uur in La Paz. Het is een zeer comfortabele rit in een bus met business class stoelen én een toilet aan boord. Wanneer we in La Paz aankomen, wachten we tot het licht wordt en fietsen naar ons Airbnb appartement, waar we onszelf even rust gunnen.

012.43 Salar de Uyuni