06-11-2006 Kamagaya (Japan)

Een held op slippers

Na ons bliksembezoek van een dag, verlaten we Kyoto op 6 oktober. Na zo’n tien kilometer komt ons een motor voorbij waarvan de motorrijder bijna achterwaarts op zijn zadel zit en even later stopt. Het is Kenji, de jongen die we de eerste fietsdag in Japan hebben ontmoet. Hij is op weg naar huis en vindt het ‘a miracle’ dat hij ons voor de tweede keer ontmoet. Hij drukt ons nogmaals op het hart dat we bij hem moeten komen logeren. Dat lijkt ons hartstikke leuk en bovendien hebben we inmiddels gezien dat zijn woonplaats halverwege Tokyo en Narita Airport ligt, dus strategisch gezien is dat ook niet gek.  

019-gifu-optochtWe fietsen langs het Biwako Lake en arriveren in Gifu, waar ze ons bij het Tourist Center vertellen dat alle hotels vol zitt019-gifu-sandalenen. Het is nog vroeg en we besluiten om zelf maar eens rond te fietsen en vinden zowaar een leuk hotel voor een aardig prijsje. In de meeste hotels in Japan kun je pas om 16.00 uur inchecken dus we moeten ons nog even op straat vermaken. We zien veel mensen aan de kant van de weg zitten die ‘ergens’ op wachten. De straten worden afgesloten voor alle verkeer en even later trekt er een historische optocht door de straten. We kunnen nu met eigen ogen zien hoe de mensen in Japan vroeger geleefd hebben en hoe ze hun strijd gevoerd hebben.                       

Vanaf Gifu gaan we richting Mibore Lake. Het is prachtig weer en het blauwe meer ligt mooi tussen de groene bergen. Vanaf hier dalen we 30 kilometer heel geleidelijk af en arriveren ‘s middags in Shirakawagou. Dit is een pittoresk stadje dat bekend staat om de huizen 019-shirakawago-luciemet de spitse daken. Het hellingspercentage van de daken is 60 procent omdat hier van december tot april sneeuw ligt en door deze constructie de sneeuw niet op de daken blijft liggen. Het is hier erg toeristisch en de bussen met Japanse toeristen rijden af en aan. Omdat Shirakawagou op de World Heritage List staat, mag je hier niet kamperen en gaan we op zoek naar een plekje buiten de stad en zetten onze tent in de speeltuin bij een school.                      019-shirakawago-huis

De volgende dag moeten we over de Amou Pas van 1.289 meter en we zitten amper op de fiets of het begint te regenen. We trekken onze regenpakken aan en ploeteren verder omhoog. Na een paar kilometer komt er een vrouw uit een huis naar buiten rennen en ze beduidt dat we niet verder kunnen. We begrijpen het niet helemaal en pakken ons woordenboekje erbij. Zo komen we erachter dat de pas gesloten is. We hebben aan het begin van de weg wel een bord zien staan maar ons Japans is niet zodanig dat we de tekst begrepen hebben. Als we op de terugweg weer langs het bord komen, maken we er een foto van. In Shirakawagou laten we de foto aan iemand zien en wordt ons verteld dat er een landverschuiving is geweest en dat daarom de pas dicht zit. Het enige dat we nu kunnen doen is dezelfde weg van gisteren terugfietsen met dat verschil dat we nu in de regen fietsen, het meer en de bergen grauw en grijs zijn en we 30 kilometer heel geleidelijk moeten klimmen. What a difference a day makes!
Omdat we erg koud en nat zijn besluiten we om vandaag niet door te fietsen naar Takayama maar onderweg een hotel te zoeken.

019-takayama-floatJapanners zijn gek op “onsen”, dat zijn warmwaterbaden. Ze trekken er vaak hele dagen voor uit om in het hete water te zitten, even iets te eten, terug in het water, iets te drinken, kortom een dagvullend programma. Het lijkt ons wel wat om dat mee te maken  maar de dames en heren gaan hier in afzonderlijke baden. Het lijkt Rob niet leuk om met een aantal mannen in bad te zitten die hij niet verstaat en Lucie vindt het niet gezellig om in zo’n bad te zitten en niet te kunnen kletsen.
019-takayama-float-by-nightIn het hotel waar wij terechtkomen zijn warmwaterbaden en omdat er verder geen gasten zijn gaan we samen in het “mannenbad” en doen de deur op slot. Het is een groot vierkant bad en het water is bloedheet. We hebben er moeite mee om er in te gaan. Als we eenmaal een beetje aan de temperatuur gewend zijn, weten we al dat we er niet lang in blijven. Na vijf minuten zeggen we tegen elkaar dat we het eigenlijk te warm vinden en na zes minuten gaan we er alweer uit. Deze Japanse traditie is niet aan ons besteed.

Takayama is een leuke stad aan de voet van de Japanse Alpen. We verblijven er drie dagen in een Ryokan dat wordt gerund door een vriendelijke en zorgzame Japanse vrouw, die ook nog een beetje Engels spreekt. We wandelen door de straatjes met traditionele huizen, sakébrouwerijen, tempels en veel souvenirwinkeltjes. We hebben geluk want juist als wij er zijn is hier een “Autumn-Festival”. Overdag staan in de straten een tiental mooi bewerkte en beschilderde “floats” opgesteld en ‘s avonds zie we een optocht met de verlichte “floats” door de straten trekken.                                 

019-herfstkleurenIn Takayama kopen we voor vier dagen voedsel in omdat we door de Japanse Alpen gaan fietsen, waar geen winkels zijn. We kopen een paar zakken instantvoeding waar, als je er water bij doet prachtige ruime diners worden voorgespiegeld zoals ‘zalm met risotto’ en ‘rundvlees met rijst en kerrie’ maar als het achteraf op je bord ligt een zielig smakeloos klein prutje blijkt te zijn. Verder nemen we veel brood en beleg mee, spaghetti met saus, een aantal mueslirepen en andere tussendoortjes.
019-kamikouchi

Als we vertrekken is het overdag prachtig zonnig weer en dat zal de komende dagen zo blijven. De bladeren komen in de herfstkleuren en hoe hoger we komen hoe mooier de bladeren verkleurd zijn. Dit deel in Japan staat bekend om de schitterende herfstkleuren en daar komen veel toeristen op af die ons in grote luxe bussen voorbijgaan. We hadden vooraf niet gedacht dat het hier zo mooi kon zijn. Zo hebben we de herfst nog nooit ervaren. De bossen kleuren van goudgeel naar dieprood en het is een genot om er doorheen te fietsen.             

019-mount-norikura-robWe klimmen steeds hoger en overnachten ergens achter een schuurtje op de Hirayu Pas op 1.755 meter. Als de zon onder is koelt het snel af. We liggen ‘s nachts met sokken, fleecevest en muts in de slaapzak. Geen wonder dat we het koud hebb019-lucie-boven-de-wolkenen want ‘s morgens ligt er ijs op de tent. De volgende dag gaan we verder omhoog naar Mount Norikura. Het is de hoogst gelegen weg in Japan, die alleen toegankelijk is voor bussen, taxi’s en fietsen. We hadden hier dus weinig verkeer verwacht maar de ene na de andere bus zoeft ons voorbij. Het is zwaar klimmen maar de uitzichten zijn geweldig en het is een van de mooiste fietsdagen in Japan.   

019-rob-in-slaapzakOp de top van 2.720 meter staan zowaar souvenirwinkels en automaten waar we warme koffie uit kunnen halen. We hebben nog geen 100 meter afgedaald als we een fietser bergop zien komen. We knijpen in de remmen en maken kennis met Roger uit Limburg, die afwissele019-norikura-range-tentnd als backpacker en fietser over de wereld reist. Hij is inmiddels in Noord- en Zuid Amerika geweest, in Nieuw Zeeland en Australië en is nu met een rondje Azië bezig (zie website). Hij heeft in Nagoya een fiets gekocht en gaat nu verder door Japan, China en Laos naar Thailand. We kletsen wat en dan dalen wij snel af naar zo’n 1.600 meter waar we onze tent opzetten aan een bosrand.         

We gaan over kleine weggetjes door de bergen naar Kamikouchi. Taxichauffeurs raden ons af om een bepaalde rustige weg te nemen omdat je daar beren op de weg tegen kunt komen. We nemen een andere weg en komen uiteindelijk via een stukje drukke weg bij een tunnel. Deze is 1.500 meter lang en heeft een stijgingspercentage van 11 procent en een heel smal fietspad. Dat is dus even ploeteren in het donker maar uiteindelijk komen we in een dal met prachtige uitzichten op bossen, bergen en meren. 

019-kamikouchi-en-meerEr is zelfs een camping die nog geopend is en we zien er voor het eerst andere kampeerders. De laatste dag door de Japanse Alpen is de makkelijkste. We dalen af en gaan als een speer door de vele tunnels naar beneden.

In Matsumoto nemen we weer een hotelletje zodat we ons even lekker kunnen douchen. Van uitgebreid wassen met ijskoud bergwater is namelijk niet zoveel gekomen. We blijven hier twee dagen, bekijken het kasteel en zitten een hele middag in een internetcafé 019-castle-matsumotote mailen en surfen. Verder gaan we met de vuile was naar de wasserette. Dat is hier in Japan wel makkelijk, bijna iedere stad heeft een “coin-laundry” waar een aantal wasmachines en drogers staan, zodat je voor een paar honderd Yen de was weer schoon en droog in de tas kunt stoppen.      

We vervolgen de fietsroute en gaan richting Nagano, waar we de mooie Zenkoji Tempel bezoeken. Vervolgens fietsen we naar de M-Wave waar Yvonne van Gennip in 1998 haar gouden Olympische plakken heeft binnengehaald. In het Olympisch Stadion is een museum, het is echter al 15.30 uur als wij er aankomen en het museum sluit om 16.00 uur. Omdat het ook steeds vroeger donker wordt, gaan we maar snel op zoek naar een kampeerplek en vinden die in een boomgaard net buiten de stad.019-bij-temple-nagano

Vanaf Nagano gaat het weer bergop, in 14 kilometer klimmen we van 300 naar 1.200 meter. Af en toe met klimmen van 12 procent, dus dat trekt er wel bij. De route blijft heuvelachtig en via Tsumagoi komen we in Numata. Hier vinden we een mooie kampeerplek aan de rand van een woonwijk in een parkje met een overdekt terras met banken en een tafel en er staat een toiletgebouw. Wat wil je als wildkampeerder nog meer. Zoals gewoonlijk liggen we vroeg in de tent en het begint sinds anderhalve week weer eens te regenen. Midden in de nacht (achteraf is het pas 22.15 uur) schrikken we wakker van een geluid, even later gevolgd door een knal en er verschijnt een scheur in de tent. Er is iets door de tent gegooid en Rob roept: “Hey, are you crazy?” en trekt zijn broek en vest aan en gaat naar buiten. Als hij de hoek omloopt ziet hij in de verte twee jongens staan die, als ze hem zien, hard wegrennen. Rob zet het ook op een lopen. Na een paar honderd meter komen ze bij een auto waar de ene jongen in springt maar Rob kan de andere jongen nog net in de kraag vatten. Het blijkt dat de moeder achter het stuur zit, die toch maar uitstapt als ze ziet dat haar zoon wordt vastgehouden. De jongen is doodsbang voor Rob. Nu is een volwassen Japanner al niet groot en in de ogen van een 15 a 16-jarige jongen lijkt Rob misschien wel op Arnold Schwarzenegger!

019-sakeInmiddels is er ook een bromfietser gestopt, die een beetje Engels spreekt en vraagt wat er aan de hand is. Rob stelt voor om met het hele spul naar de tent te lopen waar een danig verontruste Lucie de hele optocht ziet aankomen. Op de vraag waar hij zo lang is gebleven, zegt Rob: “Ik heb ze al te pakken en moeders is er ook bij, nu moeten ze maar dokken voor de schade.”
De bromfietser vraagt wat de schade is. Rob zegt dat de tent in Nederland 30.000 Yen (=200 euro) heeft gekost en dat we toch wel 10.000 Yen vergoed willen hebben. De jongen vertaalt dit en ergens is waarschijnlijk iets mis gegaan want de vrouw zegt dat ze 30.000 Yen wil betalen. Dat laten we maar zo. Ze moet eerst pinnen en haar zoons blijven bij ons. De jongens moeten van haar eerst hun excuses aanbieden, ze maken diepe buigingen en prevelen “sorry, sorry” en geven ons een hand. Als de vrouw weg is durven de jongens Rob amper aan te kijken.
019-sushiEven later komt moeders terug, zonder geld maar met vaders. Hij kijkt ook naar de schade en ze vertrekken om tien minuten later weer terug te komen en ons 30.000 Yen te overhandigen. Ze bieden nogmaals hun excuses aan en nemen de jongens mee. Wij bedanken de bromfietser hartelijk voor de ‘uitstekende’ vertaling en blijven met zijn tweeën achter.
Rob schiet ineens in de lach en vindt het toch wel komisch dat hij op zijn badslippers twee jonge jongens op sportschoenen te pakken heeft gekregen. Ja, het is een echte held op slippers.
Om 23.45 uur liggen we weer in de tent, waar we een plastic zeil overheen hebben gelegd,  en vinden het treurig dat twee kwajongens ervoor kunnen zorgen dat wij nu een lekke tent hebben.
De volgende morgen proberen we met een reparatieset (voor onze slaapmatjes) de schade te herstellen. Het is knip- en plakwerk en met de donkerbruine stukken stof op onze lichte tent verdient het geen schoonheidsprijs maar het lukt ons om de tent weer waterdicht te krijgen.                

019-temple-nikkoWe fietsen verder en gaan weer de bergen in over de Shizuka Pas en bezoeken de Fikiwari watervallen. We willen naar de toeristische plaats Nikko maar aan het begin van de middag zijn we in Katashina en moeten dan nog 55 kilometer fietsen, waarin nog een pas van 1.900 meter zit. Omdat het om 17.00 al donker wordt besluiten we hier onze tent op te zetten. In een park met uitzicht over de stad vinden we mooi vlak stuk.
‘s Nachts komt de regen met bakken uit de hemel vallen en ‘s morgens regent het nog steeds. We hebben weinig zin om alles in de regen in te pakken en door dit weer verder te fietsen. We draaien ons nog maar een keer om want we slapen er heerlijk. Als we opstaan is het net of de ondergrond van de binnentent een waterbed is. We voelen alleen maar water. Voorzichtig maken we de rits open en kijken eens naar buiten. We staan op het laagste punt van het “vlakke” terrein en alles staat een paar centimeter onder water. Gelukkig hebben we waterdichte tassen en is de inhoud droog gebleven.  In de regen verplaatsen we de hele boel een paar meter en we blijven de hele dag in de tent en lezen wat.

De volgende morgen zien we een strakblauwe lucht en fietsen we vrolijk de berg op. Na de pas komen we in het toeristische gebied rondom het Chuzenjl Lake. Het lijkt wel of half Japan hier de herfstkleuren van de bossen wil bekijken. Met onze fietsen slingeren we bergaf door de lange file van bussen en auto’s. In Nikko blijven we een paar dagen in een Ryokan en bekijken er het National Park Nikko met de vele tempels. Het zijn prachtig beschilderde en bewerkte tempels die gelegen zijn in de bossen met hoge dikke bomen. 

019-sensoji-temple-tokyoVanaf Nikko fietsen we naar Tokyo. De route gaat over een afstand van zo’n 100 kilometer over speciaal aangelegde fietspaden langs verschillende rivieren tot bijna midden in Tokyo. Het is rustig fietsen en overal langs de route zien we de Japanners aan het sporten. De ene na de andere drukbezochte golfbaan verschijnt en we zien ook rugby, honkbal en zelfs af en toe voetbal.019-poort-temple-tokyo
In Tokyo hebben we in de wijk Asakusa voor vijf nachten een kamer in een Ryokan gereserveerd.  De eerste dag gaan we meteen naar een reisbureau om een vliegticket naar Nieuw Zeeland te boeken. Na wat zoekwerk en heen en weer gebel van de medewerkster met verschillende luchtvaartmaatschappijen blijkt uiteindelijk dat een retourticket en de kosten voor het vervoer van de fietsen bij Air New Zealand het laagst zijn. Toch bijzonder dat de aanbieding van een retourticket goedkoper is dan een enkele reis.
Verder besteden we de dagen in Tokyo aan het schoonmaken van de tent, die we op het dakterras te drogen hangen. Met de metro doorkruisen we de stad om andere wijken te bezoeken en op 3 november is het Cultural Day en trekt er in Asakusa een historische optocht door de straten die we gaan bekijken.                  

We hebben inmiddels contact gehad met Kenji en afgesproken dat we zaterdag 4 november een paar dagen bij hem komen logeren. De stad Kamagaya ligt 35 kilometer van Tokyo en als we het adres gevonden hebben, worden we door hem en zijn vriendelijke ouders, Yasuko en Masatoshi, verwelkomd. Zijn ouders spreken geen Engels dus Kenji treedt deze dagen als tolk op.
‘s Avonds zitten we met z’n vijven aan tafel en wordt er een heerlijke Japanse maaltijd geserveerd. Na het eten legt Masatoshi een grote wereldkaart op tafel en vraagt ons de hele route met een stift in te tekenen en vervolgens onze namen eronder te zetten. Daarna laten we op het computerscherm foto’s zien van de verschillende landen die we per fiets bezocht hebben. Ze vinden het geweldig om te zien en hebben veel belangstelling.

Op de vraag wat typisch Hollands eten is antwoorden wij: groente en aardappels door elkaar met vlees. Ze stellen voor dat Lucie zondag kookt. Dus op zondagmiddag gaan we naar de supermarkt, we hebben echter nog geen idee wat we koken moeten. We zien geen boerenkool, zuurkool, andijvie etc. Opeens ziet Rob wortelen liggen en weten we het: Hutspot met hachee. Maar probeer dan alle ingrediënten maar eens bij elkaar te krijgen….. Dat is uiteindelijk aardig gelukt, ze vinden de maaltijd heerlijk en anders wij wel, het is lang geleden dat we stamppot gegeten hebben!
We moeten hier ook vaak lachen omdat, als we alleen met Yasuko en Masatoshi zijn, we elkaar eigenlijk niet kunnen verstaan. Als het helemaal vastloopt, roepen Yasuko en Lucie tegelijk naar boven: “Kenji, Kenji” en die komt dan naar beneden om duidelijkheid te verschaffen.

We hadden vooraf niet gepland om naar Japan te gaan en wisten er eigenlijk weinig van. We weten inmiddels dat het een erg ontwikkeld en bijna Westers land is, het heeft echter wel de charme van Azië: vriendelijke mensen, prachtige cultuur en heerlijk eten.
We sluiten nu een periode af van vijftien maanden reizen door Azië en gaan naar een ander continent. Op woensdag 8 november vliegen we rechtstreeks van Tokyo naar Auckland, Nieuw Zeeland.
                                                                      019-japans-stel-in-kymono