23-05-2006 Nong Khai (Thailand)

Vakantie in Thailand

013-rob-voert-olifantOp 22 april komen we aan op Koh Chang, een eiland dat voor de kust van Thailand en Cambodja ligt. Op Koh (=eiland) Chang (=olifant) zijn drie olifantenkampen die je kunt bezoeken. Wij boeken een excursie naar het Ban Kwan Elephant Camp. ‘s Morgens worden we met een jeep opgehaald bij ons hotel, even later stapt er nog een Zweeds stel in en rijden 013-beiden-op-de-olifantwe het binnenland in. Bij het kamp aangekomen worden we uitgenodigd om mee te lopen naar een rivier om de olifanten te wassen. Omdat we geen zin hebben om tot ons middel in het water te staan, maken we er alleen foto’s van, ook leuk. Weer terug in het kamp worden de twee schone olifanten opgezadeld met een bankje, waarop we kunnen plaatsnemen. Vervolgens gaan we samen met de mahout, de vaste begeleider van de olifant, een tocht door de jungle maken. Zolang het pad maar vlak loopt is het wel leuk maar wanneer we bergafwaarts gaan is het best eng. Terug in het kamp staan er manden met bananen klaar die we de olifanten mogen voeren. We krijgen nog een kokosnoot te drinken en worden weer teruggebracht naar het hotel.          

013-beiden-op-de-brommerNadat we weer een paar dagen bij het zwembad hebben gelegen wordt het tijd voor wat actie. We huren twee motorbikes en rijden over de kustweg naar het zuiden. Het allerleukste van het rijden vinden we de beklimmingen van de steile hellingen. We trekken even aan de gashendel en zijn zo weer b013-koh-chang-uitzichtoven, dat is wel wat anders dan dat geploeter op de fiets toen we op Koh Chang aankwamen.  We crossen door dorpen met veel hotels, restaurants en alles wat een toerist zich wensen kan maar ook door rustige vissersdorpjes en we hebben prachtige uitzichten op stille strandjes met palmbomen en helder blauw water. En dan is het 1 mei 2006. We zijn een jaar onderweg, we verlaten vandaag Koh Chang en voor ons gevoel beginnen we nu aan het tweede gedeelte van de reis. We dachten dat het tweede gedeelte in Bangkok zou beginnen maar omdat we de maand april weinig hebben gefietst, in veel luxe hotels hebben overnacht en in veel zwembaden hebben gelegen was het toch meer vakantie vieren dan reizen. 

013-bord-bhumibolVia Chantaburi en Chachoengsao fietsen we naar Prachinburi. Het is hier nu het hete seizoen en het is dan ook echt heet! De route is heuvelachtig en het vocht dat door onze pori├źn naar buiten stroomt is bijna niet aan te vullen. We drinken liters water per dag, afgewisseld met wat frisdrank. De Thaise bevolking is erg vriendelijk, onderweg steken veel mensen hun duim omhoog als we voorbij fietsen. En lachen doen ze allemaal, geen wonder dat Thailand het land van de eeuwige glimlach wordt genoemd. Dit jaar is het 60 jaar geleden dat koning Bhumibol op de troon is geklommen en dat willen ze hier weten ook. In iedere stad wapperen de nationale vlaggen en speciale vlaggen voor het jubileumjaar. Overal hangen grote afbeeldingen van een overigens erg jonge koning (waarschijnlijk oude foto’s) en zijn er speciale herdenkingsmonumenten. In Thailand moet men namelijk twee dingen respecteren: de religie en het koningshuis. Wanneer bijvoorbeeld het volkslied wordt gespeeld, stopt iedereen met wat men aan het doen is en blijft even stil staan. 

013-khao-yai-np-rob-op-fietsZondag 7 mei fietsen we het Khao Yai National Park in. Dit is een van de oudste en grootste natuurparken in Thailand. Er leven onder andere olifanten, beren, tijgers, luipaarden, apen en veel vogels waaronder de Hornbill (nederlandse naam niet bekend maar het schijnen vreemde vogels te zijn). Midden in het park ligt de Lumta Kong Campsite, waar we willen overnachten. Omdat deze camping op 800 meter hoogte ligt, moet er eerst nog wel even geklommen worden. We hebben vijf liter water bij ons maar het blijkt al snel dat dit niet voldoende is, de hitte is enorm en we zijn al snel drijfnat. Na zo’n tien kilometer houden we een auto aan en vragen beleefd om water, dat wil zeggen Lucie laat een lege fles zien en beduidt dat ze nog wel wat gebruiken kan. De mensen begrijpen wat we bedoelen en geven ons twee flessen water. Met deze reserve klimmen we iets geruster verder o013-khao-yai-np-watervalmhoog. Het is trouwens schitterend fietsen in dit tropische regenwoud al zien we nog geen dieren, wel honderden vlinders die gezellig om ons heen fladderen.  De camping ziet er mooi uit, er is een restaurant, goede sanitaire voorzieningen en de grasvelden liggen rondom een meertje. We vinden het ontzettend leuk om na zo’n lange tijd weer eens te kamperen, in Turkije hebben we voor het laatst de tent opgezet. Wanneer we ons ge├»nstalleerd hebben en even uitrusten wordt er door de luidsprekers iets in het Thais omgeroepen. Rob zegt dat ze misschien wel meedelen dat het restaurant dicht gaat. Of hij verstaat de taal inmiddels (zeer onwaarschijnlijk) of hij heeft een voorgevoel (dat is waarschijnlijker) maar wanneer we even later iets willen eten blijkt inderdaad het restaurant gesloten. Nou ja, we hebben nog oud brood en een blikje tonijn in de tas, al vinden we zelf dat we na zo’n zware fietsdag wel iets meer verdiend hebben. 

De volgende morgen zijn we vroeg wakker en genieten van alle vogelgeluiden die we horen. Wanneer we om 6.00 uur de tent uit kruipen zien we dat veel mensen hun spullen al inpakken (moeten miss013-lucie-aan-t-etenchien werken vandaag?) We wandelen naar het restaurant en horen eerst een flink gekraak en even later schalt er muziek door de luidsprekers. In eerste instantie lopen we door maar we zien opeens iedereen stil staan en realiseren ons dat het volkslied wordt gespeeld. Wij stoppen ook en als de muziek is afgelopen komt iedereen weer in beweging. Na het ontbijt pakken we onze spullen in en fietsen verder door het park. Vandaag is het grotendeels bergafwaarts. Wanneer we het park verlaten en de balans opmaken valt het een beetje tegen: we hebben een aap, een slang en honderden vlinders gezien, veel vogels gehoord, olifantenpoep op de weg moeten ontwijken maar we hebben verder geen exotische dieren kunnen ontdekken.

Een van de leuke dagelijkse bezigheden in Thailand is het eten. In de luxe hotels is er meestal een ontbijtbuffet met Thaise en Westerse gerechten, een kok die ter plaatse de eitjes naar wens voor je klaar maakt en veel fruit. In de eenvoudige hotels en guesthouses is het ontbijt meestal niet inbegrepen. Op iedere straathoek vind je hier echter stalletjes waar ze met een wok en een gasbrander de meest lekkere gerechten voor je klaar maken. Er omheen staan vaak kleine tafeltjes en stoeltjes waar je kunt zitten. Meestal eten013-monniken we fried rice of noodles met kip, varkensvlees of vis en groenten. Ook de noodle-soep is hier erg lekker. De porties zijn vaak niet013-thaise-tempel zo groot, dat komt omdat de Thais niet drie keer per dag maar wel vier of vijf keer per dag eten.    

We fietsen een paar dagen door een wat minder indrukwekkend landschap via Chai Badan en Petchabun naar het noorden. We komen bij de Mekong rivier die hier de grens vormt met Laos. Het is prachtig fietsen langs deze brede rivier en het heuvelachtige gebied er omheen met veel bos maar ook bananenplantages, ananasvelden, papaya- en mangobomen en ontelbare boeddhistische tempels. In Chiang Khan komen we bij een guesthouse dat wordt gerund door de Hollandse Huub en zijn Thaise vrouw Pim. Huub is reisleider bij Foxreizen en trekt op dit moment een paar weken met een groep door Thailand. Pim is een vriendelijke, gezellige vrouw die veel lacht en heerlijk kan koken. Ze heeft een kast met onder andere een hele stapel Libelles en Nederlandstalige boeken zodat we onze uitgelezen boeken weer kunnen ruilen. We zitten er heerlijk op een terras dat uitkijkt over de Mekong. Af en toe komt er een bootje voorbij en verder gebeurt er helemaal niets. Lucie bladert in drie dagen alle Libelles van het laatste jaar door en Rob leest een boek uit.  

I013-rob-in-de-hangmatn de paar honderd kilometer die we langs de Mekong fietsen, overnachten we vaker in eenvoudige guesthouses op leuke plekjes aan de Mekong.Meestal hangt er een hangmat voor de hut en dan is het heerlijk relaxen na een dag fietsen. In Nong Khai gaan we naar  het ziekenhuis om een preventief medicijn te halen tegen malaria, dit hebben we nodig voor Laos en een deel van China. We krijgen een volgnummer en moeten in een grote ruimte gaan zitten met wel honderden wachtende mensen voor een consult bij een van de artsen. Wanneer we er al een tijdje zitten, zien 013-lucie-leest-libelleswe ineens een stuk of zes zwaarbewapende politieagenten met helm, die zich strategisch opstellen. Wat zou er aan de hand zijn? Na een kwartier wordt alles duidelijk. Eerst kijken we elkaar verbaasd aan. Zien we dat goed? Vervolgens moeten we moeite doen om niet in lachen uit te barsten. Uit een van de spreekkamers komen nog meer politieagenten met een Thaise man in een licht- en donkerblauw gevangenispak. Hij heeft boeien om zijn polsen en enkels en deze zijn door een grote ketting met elkaar verbonden (alleen de zware bal om de enkels ontbreekt nog). De man maakt een buiging naar de arts en de hele optocht verlaat het ziekenhuis.  De arts waar wij even later op consult komen spreekt amper Engels, we moeten zelf maar even opschrijven welk medicijn we willen. Daarna kunnen we naar de ziekenhuisapotheek om de pillen af te halen. We krijgen een gespecificeerde nota: Consult arts: 50 Baht, malariapillen (voor drie maanden): 200 Baht. Totaal:  250 Baht  = 5 euro !! 013-thaise-vrouw

Morgen steken we de Mekong over naar Vientiane, de hoofdstad van Laos, voor weer een nieuw land met nieuwe indrukken en nieuwe ontmoetingen.

De afgelopen twee maanden in Thailand waren voor ons niet zo avontuurlijk doordat we er enerzijds al vaker geweest zijn en anderzijds doordat het inmiddels een zeer ontwikkeld land is. We hebben er echter wel enorm van genoten. Het is een makkelijk land om door te reizen met eettentjes en gekoelde dranken op bijna iedere hoek van de straat, een vriendelijke bevolking, mooie accommodaties en goede wegen.